De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

10. Een beklagenswaardige stad, een stad van fleur en vlijt
Op mijn al eerder beschreven boekenplankje met kleinodiën, kleine kostbaarheden die ik koester, staat ook een boekje over Enschede. Op de omslag staat op de rechterhelft het stadhuis, met daarachter rokende fabrieksschoorstenen. Op de linkerhelft zien we essen met golvend goudgeel graan en rookwolken die aan de horizon opstijgen en ons de nijvere stad wijzen, zoals het Twentse volkslied wil. Het boekje draagt als titel Enschede, de nieuwe stad in het oude land. We schrijven 1952, het boekje kreeg ik van het gemeentebestuur en van de Prinseschool, ter herinnering aan mijn lagere schooljaren. Daaronder de opwekkende slogan: ‘Enschede wil trots op je blijven!’ Ik ben in elk geval, zestig jaar later, nog steeds trots op de stad. Of Enschede trots op me is?
    Maar wat is eigenlijk een nieuwe stad in het oude land, zoals Enschede – volgens de eerste regels van het boekje – wordt genoemd. Maar deze kenschetsing is slechts gedeeltelijk juist, erkent de onbekende auteur, want ‘nieuwe stad’ geldt eigenlijk alleen maar voor het huidige uiterlijk van Enschede. ‘Dat is inderdaad nieuw in overwegend grote delen’, aldus het boekje, maar ‘de historie van Enschede gaat ver, zeer ver terug’. Vele volgende regels vertellen daarna het historische verhaal van de marken, de kerk met het kerkhof die de kern van het latere Enschede vormden, de essen en woeste gronden, de bisschoppelijke heerlijkheid onder het wereldse gezag van de bisschop van Utrecht. En zo vervolgt de schrijver zijn beknopte historische overzicht, om op de volgende pagina’s het textielverleden van Enschede uit de doeken te doen.
    En dan is Enschede een ‘Stad van Fleur en Vlijt’. Want wie gedacht heeft, dat het industrieel karakter in de stadsaanblik overheerst, heeft het mis. Want wie het nog niet wist: ‘Met succes hebben de opeenvolgende gemeentebesturen, daarin bijgestaan door kapitaalkrachtige particulieren met typisch-Enschedese burgerzin, er naar gestreefd de stad nog wat anders, nog wat meer te doen zijn dan een industriestad alleen.’ Als voorbeelden worden de singels genoemd, de fraaie parken en plantsoenen, moderne woonwijken ‘met een intensieve groenvoorziening’. Zodat, zo penseelt de schrijver de stad van begin jaren vijftig, ‘wie in de zomertijd de stad overziet, bijvoorbeeld vanaf de stadhuistoren, tot zijn verrassing ontwaart, dat het groen de overheersende kleur is in de stad, welke aan alle zijden rijkelijk omringd is met dat typisch Twentse landschapsschoon hetwelk, terecht, vermaard geworden is. En bovendien blijkt dat ‘de adem der fabrieken de vlam der cultuur niet heeft gedoofd’. En daarna komen alle aantrekkelijkheden van de stad aan bod, het onderwijs, het stadhuis, het Rijksmuseum Twente, de Grote Kerk, de Sint Jacobuskerk, de Synagoge , het nieuwe station, de openbare leeszaal, de natuur in en om de stad, om af te sluiten met ‘Bad Boekelo, de Zee op de heide’.
    Het boekje had ik zestig jaar niet ingezien. Want ik had die verhalen niet nodig. Iedereen heeft tenslotte zijn eigen herinneringen aan Enschede. De (DE)propagandistische prietpraat was inderdaad niet aan schoolverlaters besteed, vrees ik. Want wie de historie van de stad van zijn schooltijd heeft gevolgd, weet dat velen anders over Enschede dachten. Als leerling van Het Enschedees Lyceum ontging me niet hoe voor leraar Nederlands Willem Diemer – veel oud-leerlingen van de Prinseschool hebben les van hem gehad – in januari 1953 in zijn afscheidsartikel in de schoolkrant de HEL Enschede uitlegde waarom ‘de meest beklagenswaardige stad’ [was] die er voor hem bestond. Kennelijk had de propaganda van de gemeente, over de nieuwe stad in het oude land, de stad van fleur en vlijt, de niet gedoofde vlam der cultuur, hem ook bereikt. Diemer in de HEL:

Enschede was mij geschilderd als een interessante stad, één en al bedrijvigheid, een stad waar het bruist van mogelijkheden, een stad waar wat g e b e u r t. De leidinggevende kringen, zo zei men, hadden er een sterk cultureel verantwoordingsgevoel, het onderwijs stond er in hoog aanzien, er waaide een progressieve wind en mensen op culturele sleutelposities kon men horen zeggen, dat zij enkel ‘streefden naar stijlvolle persoonlijkheid binnen een cultuurbewuste gemeenschap’. Wat zou men meer wensen?
 
Maar Willem Diemer was gepaaid met beloftevolle, lonkende vergezichten. Maar hij kwam bedrogen uit. Cultureel gesproken vond hij Enschede nog steeds niet meer dan een gemeente van 20.000 inwoners: ‘Het aantal middelbare scholen en scholieren, de standing van het stedelijk dagblad, de eenzijdigheid van het cultuurbezit (schilderijen en muziekkorpsen), het ontbreken van culturele “high brow”-met-invloed, betekenis van bioscopen bij gebrek aan andere mogelijkheden (literair leven, toneelbloei, schildersgroepen, wekelijkse concerten, omroep, hoger onderwijs, traditie) – het wijst allemaal precies in de richting van dát getal.’ Een dorp dus met twintigduizend inwoners, volgens Willem Diemer, waar de vlam van de cultuur wél was gedoofd. In 1955 verliet hij Enschede, om leraar in Groningen te worden. Zeven jaar later kwam hij terug in Enschede, als leraar aan de gemeentelijke HBS. Hij was hier verliefd geworden op het fraaie, oude burgemeestershuis van Delden, dat toen al jaren leegstond. In 1994 is Willem Diemer overleden, 72 jaar oud.





deValkenberg.nl