De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

   
Henriette en Richard Roland Holst, actievoerders bij staking 1902 in Enschede

Henriette Roland Holst, dichteres, marxiste, en vooral vurig strijder voor een betere samenleving, kon haar geluk niet op, toen ze in haar rond 1903-1904 verschenen boek Kapitaal en Arbeid in Nederland schreef, dat het jaar 1902 in Nederland ‘voor de eerste en tot heden toe voor de laatste maal’ een samenwerking tot stand zag komen van alle arbeidersorganisaties, van uiterst rechts tot uiterst links. Een ‘eenheidsfront’ noemde ze het. De aanleiding daartoe vormde ‘een optreden der enschedése textielbaronnen, zo onmenschelijk, als in ons land nog nooit was voorgekomen’. Ze doelde op de staking van de dekenwevers van Van Heek & Co. in 1902.

     In Enschede vonden de plaatselijke socialistische en confessionele textielarbeidersbonden elkaar tijdens deze staking, in de eerste helft van 1902. Het was inderdaad voor de eerste keer in de sociale strijd in Twente, die in de vorige eeuw tussen 1867 en 1891 herhaald tot uitbarsting was gekomen. Het waren met name de interconfessionele Nederlandsche Christelijke Textielarbeidersbond Unitas, de Textielbond en De Eendracht, een bond van protestantse en katholieke ex-leden van Unitas die streefden naar rigoureuze verbeteringen in de bestaande maatschappij. Henriette Roland Holst zou met haar man Richard Roland Holst een belangrijke rol gaan spelen in deze staking, die mede door de betrokkenheid en inzet van dit echtpaar landelijk in de belangstelling kwam te staan.

 

Henriette Roland Holst was een vurige propagandiste van het socialisme.Zo hield ze in 1902 de 1 Mei-lezing in Enschede, waar een staking was uitgebroken bij Van Heek & Co., het grootste textielbedrijf van Enschede.

Waardoor ontstond de staking? Van Heek & Co., het grootste textielbedrijf in Enschede, had een succesvolle dekenweverij opgezet. De arbeiders waren vaardig en bekwaam. Doordat het bedrijf zogenoemde nieuw ontwikkelde machines inzette, kon een arbeider meer machines laten draaien dan vroeger, zodat de wevers een hoog loon verdienden. Maar gezien de conjuncturele zorgen van dat moment wilde de onderneming de lonen verlagen, met vijf tot tien procent. Gemiddeld zakte het weekloon daardoor van ƒ 8,19 tot ƒ 7,63, zodat de dekenwevers dan hetzelfde verdienden als de andere wevers. De firmanten wilden ook de kostprijs van hun product drukken, om hun eigen bankrekening te spekken. In 1901 hadden de vier firmanten van Van Heek & Co. samen een getaxeerd belastbaar inkomen van ƒ 272.500,-- en een jaar later ƒ 323.150,--. De firmanten waren vier Van Heeks: Gerrit Jan, Helmich. Bernard en Ludwig.

De dekenwevers kwamen in het verweer. Ze vonden dat hun werk zwaarder en inspannender was dan dat van de andere wevers en dat ze dus een hoger loon moesten verdienen. Overleg leidde niet tot een oplossing. De wevers besloten tot een staking, die op 13 januari 1902 begon. Veertien dagen later, toen de dekenwevers niet wilden wijken, sloot Van Heek & Co. het hele bedrijf. Toen stonden 1.650 arbeiders op straat. Op 1 maart volgde ook Rigtersbleek, dat geleid werd door Jan van Heek, een broer van Bernard. Nog eens zeshonderd man hadden geen werk meer.

Henriette Roland Holst bezocht in 1902 Enschede, om de 1 Mei-lezing te houden. Ze zag ‘het huis van “den ouden van Heek”, het staat op de plaats van het oude kasteel der heeren van Enschedé – dezen waren berucht om hun “walgelijke tiranny”, en knevelarijen […]’. Ze werd ontvangen in een textielfabriek, waarvan ze de naam niet vermeldde, maar vrijwel zeker was het Van Heek & Co. Twee gebroeders– Bernard en Ludwig – begeleidden haar.

 

Van Heek & Co. in Enschede. Deze foto werd gemaakt in 1895, in de fabriek Kremersmaten.

Foto Archief Stichting Edwina van Heek

 

We zien de weverij, ruwerij, ververij, drogerij, maar de weverij is het treffendst: een reuzenzaal, honderden getouwen in lange rijen, voor en naast elkaar alle in werking, en de mannen, meisjes en knapen, daartusschen, opmerkzaam, gespannen, behendig hanteerend al die fijn bewerktuigde wezens, in het strakke teere licht.

De gebroeders Van Heek vielen haar mee, het schenen haar ‘geen kwade menschen’, die fabrikanten.

 

Nog jong, niet bits, niet hoog, gemoedelijk eer en rondborstig. Menschen als gij en ik […]. Maar de gemoedelijkheid is weg, waar zij komen te spreken over “de arbeiders”. […] Klacht na klacht over de arbeiders…. “zij hebben geen hart voor de zaak, werken niet goed door [...] luieren zooveel ze kunnen, behalve waar op stukloon wordt gewerkt […] men moet voortdurend toezicht oefenen”…ik denk aan Marx: “het stukloon is de bij de kapitalistische productiewijze meest passende vorm van loon: het maakt veel opzicht overbodig” – ik waag te vragen, of de heeren niet gelooven, dat er in vlugger tempo doorgewerkt zou worden, zoo de arbeidsdag werd verkort. […]

 Roland Holst ontdekte dat deze fabrikanten geen voorstander waren van verkorting van de werkdag, die vaak twaalf uur duurde. En de loonkwestie was een zaak van de patroon, daarin moesten arbeiders zich niet mengen. ‘De patroon moet weten wat hij geven kan, hij moet de baas zijn op de fabriek, of de industrie gaat te gronde……Genoeg! De tekst en de wijs zijn over-bekend.’ Toen Bernard van Heek ‘een verhandeling over den vrijhandel’ begon, verlangde Henriette ‘om weer onder de kameraden te zijn’.

In de oproep voor de lezing op 1 mei 1902 in Enschede werd Henriette geïntroduceerd, voor wie haar nog niet kende, als ‘de meest begaafde spreekster in de arbeiders-beweging hier te lande’. Ze schreef over deze samenkomst een verslag in De Kroniek, een sociaal-cultureel en literair tijdschrift. Kunstenaars en politici werkten aan dat blad mee.

 

Van vlak onder het podium tot in de gelagkamer achter de zaal, waar ik de gezichten niet meer kon onderscheiden, staat, zit, verdringt zich de massa, de groote namenlooze, het proletariaat. Het is geen publiek als uit onze groote en kleine hollandsche steden, waaronder men veel kleinburgerlijke en intellektueele elementen uitpikken kan, waar ook de arbeiders zich onderscheiden van elkaar door afkomst, levensomstandigheden, enz. Het is het volkomen homogene industrie-proletariaat, gelijk van trekken, wezen, houding, geaardheid, alle gestempeld door den stempel van gelijken arbeid in gelijke levensomstandigheden.

 De consequenties van de staking waren desastreus voor veel Enschedese arbeidersgezinnen. Er werd in Enschede bittere armoede geleden. De uitkeringen waren meestal niet voldoende om een gezin van te onderhouden. Kleren sleten, geld voor nieuwe was er niet. De huisbaas begon lastig te worden, hij wilde zijn huurcentjes op tijd ontvangen. Roland Holst:

 

Hoe hebben zij zich gevoed, deze mannen en vrouwen, van wier lichaam straks weer een zware arbeidslast zal worden gevergd? Hoe de jonge groeiende lichamen der kinderen, die beenderen, bloed en spieren moeten vormen, om sterk te worden voor het hen wachtende leven van arbeid, en van strijd?

Van alle kanten kregen de stakende arbeiders steun. Op 14 mei 1902 plaatste het Enschedese actiecomité in Het Volk een oproep aan de arbeidersorganisaties om de stakende en uitgesloten arbeiders te helpen. Een week later gaf het bestuur van de SDAP een steunverklaring uit, Tegenover de heerschzucht van den kapitalist de solidariteit van den arbeid, die aan alle afdelingen, kiesverenigingen en aangesloten leden werd gezonden, met de opwekking de stakers te steunen en de aankondiging van een inzamelingsactie. Al snel was er meer dan een ton bijeengebracht, een ongekend en onverwacht resultaat.

‘Kunst voor Enschedé’

Henriette’s man Richard Roland Holst, net als zij een socialistisch georiënteerde kunstenaar, besloot met de dichter Herman Gorter een actie op te zetten van kunstenaars voor de Enschedese arbeiders. In De Kroniek werden Nederlandse beeldende kunstenaars opgeroepen de actie daadwerkelijk te ondersteunen, door kunstwerken in te zenden. Richard Roland Holst zette nog even aan, in vlammende bewoordingen:

 

Mogen zij [de beeldende kunstenaars] wel bedenken dat de strijd niet langer een loonstrijd is, maar een strijd is geworden voor […] arbeiders voor wie verzet hongerlijden betekent, en die de firma Van Heek door den honger wil dwingen hun voorvechters aan de ellende prijs te geven. […] Kunstenaars van Nederland, stelt tegenover deze daden van deze industriëlen, den steun van wat Holland best heeft aan gaven van gevoel en intellect, weest gij ook de steun van de arbeiders.

Bijna vijftig Nederlandse kunstenaars stelden een daad en zegden werk toe. Onder hen waren de meest vooraanstaande kunstenaars van Nederland, zoals de architecten H.P. Berlage en Karel de Bazel, de beeldbouwer Joseph Mendes da Costa, de Haagse Schoolschilders Johan Hendrik Weissenbruch, Willem Maris, Isaac en Jozef Israels, en Jan Toorop. De actie werd een groot succes, want volgens Henriette Roland Holst was er een bedrag van 140.000 gulden vergaard. Maar uiteindelijk was het ingezamelde geld niet voldoende om de stakers te blijven steunen, de kassen raakten leeg en staakten de arbeiders midden juni 1902 hun strijd. Ze moesten wel. Op 21 juni schreef Recht door Zee, het regionale socialistische tijdschrift: ‘De beëindiging van de staking is een gevolg van de mindere financiële steun, die de laatste weken is ingekomen.’ De fabrikanten hadden gewonnen.

Henriette Roland Holst was ondanks de afloop in zekere zin tevreden.

 

Al bleef in ekonomisch opzicht Van Heek overwinnaar, het moreele gezag van de enschedésche fabrikanten was [...] sterk geschokt, terwijl het aanzien van den arbeid was gestegen.

 En wat haar tot grote vreugde stemde, was dat de eenheid onder de samenwerkende vakbonden niet ‘één ogenblik verstoord [was] geworden’. De bonden zagen in die maanden hun organisatie groeien met duizend leden.

Gedenkteken voor de staking

Enschede kreeg een ‘monument’ voor de staking. Richard Roland Holst had met zijn goede vriend en actieve socialist, de latere wethouder van Amsterdam F.M. Wibaut, in het geheim een plan ontwikkeld, om van het binnengekomen steungeld een deel te bestemmen voor de stichting van een coöperatie te Enschede, als ‘een soort gedenkteeken worden voor dezen mooien strijd.’ Roland Holst gaf daarmee overigens het ingezamelde geld, dat moest dienen om alle stakende arbeiders door het zware weer te loodsen, een wat oneigenlijke bestemming, omdat de gezamenlijkheid van de vakbonden vereiste dat niet alleen socialisten maar ook de confessionele stakers ondersteuning kregen. En een coöperatie was een socialistisch instituut.

Het plan ging desondanks door. Op 24 juli 1902, na afloop van de staking, werd de Coöperatieve Productie- en Verbruiksvereniging Tot steun in den strijd’ U.A. – Enschede opgericht. De bakkerij aan het Gronause Voetpad in Enschede, een verbouwd woonhuis, kon drie maanden later in gebruik worden genomen.





deValkenberg.nl