De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

6. School B2 aan Prinsestraat, waardig rijksmonument

De in 1913 geopende nieuwe school aan de Prinsestraat is een rijksmonument, als enige lagere school in Enschede. Het is dan ook een bijzondere school, gebouwd naar een ontwerp van de directeur der gemeentewerken jhr. A.H. op ten Noort. De komst van Op ten Noort in 1906 betekende voor de gemeente Enschede een omslag in het denken over scholenbouw. Dat constateerde de directeur der gemeentewerken in het boekje dat hij zelf schreef over Enschede in 1913. Want sedert 1907 was ‘de verdiepingbouw weer vervangen door de parterrebouw’. Alle na dat jaar gebouwde scholen – door hemzelf ontworpen – konden bogen op ruime speelpleinen, een ‘lokaal voor vrije- en ordeoefeningen’ en ‘privaten met waterspoeling’. De wanden van de gangen en de WC’s waren gemaakt van verglaasde steen, de traditionele drinkbekers vervangen door hygiënische drinkfonteintjes. Lokalen en gangen waren optimaal geventileerd, dank zij beweegbare bovenramen, openslaande ramen en roosters en kleppen die de aanvoer van frisse lucht garandeerden.
    Bijzondere aandacht was geschonken aan de banken. Omdat niet alle leerlingen even lang waren, stonden er acht soorten banken, voor de ‘groten’ en de ‘kleintjes’. In elke bank, met een vaste lessenaar, zaten twee leerlingen, drie rijen in een lokaal. Om het leerlingen en onderwijzers makkelijk te maken, waren in elk klaslokaal op een deurpost ‘de grootten der leerlingen voor de verschillende banknummers’ aangegeven. De zes lichtpunten waren zo aangebracht, dat er geen ‘schaduwwerking naar links’ ontstond. Kleuren werden ook steeds gewilder in de scholen. Daarom streefde de gemeente er naar om met eenvoudige middelen en goede kleurcombinaties ‘ook het interieur der scholen en klassen tot een aesthetisch geheel’ te maken. ‘Enkele, met zorg gekozen wandplaten in lijsten, een muurfries en een harmonische, rustige kleurenkeus der meubelen droegen daartoe bij’, aldus Op ten Noort.
    De eerste school van de hand van de gemeentearchitect was de lagere school aan de Borstelweg, aan de buitenkant van het Volkspark, reden waarom de school in 1940 de naam kreeg van Volksparkschool. In zijn volgende onderwijsproject, de Kortenaerschool aan de Kortenaerstraat, in de Stadsmaten, creëerde hij een middeldeel met twee verdiepingen en laagbouw aan weerskanten. Duidelijk herkenbaar is de zogenoemde Um 1800-stijl, met nog wat neoclassicistische en in die tijd bijna nostalgische kenmerken.
   
Maquette

De nieuwe B2-school, op een terrein aan de Prinsestraat, werd een school met tien klassen. Om de gemeenteraad te tonen hoe de nieuwe school er zou uitzien, was er voor het eerst een maquette gemaakt. Zonder enig weerwoord, zelfs enthousiast, besloot de raad dit ontwerp te laten realiseren. Op 1 april 1912 vond de aanbesteding plaats. De bouw werd gegund aan de Enschedese aannemer A. Jeunink, die het complex voor ƒ 43.955,-- kon bouwen. Bij het begin van het nieuwe schooljaar, in augustus 1913, werd de school geopend.
    Wie zich even in het jaar 1913 waant, ziet naast en vóór de nieuwe school een groot open terrein, alleen rechtsachter het gebouw staan enkele villa’s, die nog steeds aan de Kortenaerstraat zijn te zien. Maar verder lijkt het alsof de school midden in het weiland is gebouwd, de Stadsweide. Pas ruim vijftien jaar geleden kreeg School B2 een buurman, de Synagoge, de mooiste van Nederland, met een schoonheid die ook afstraalt op de school. Dat synagoge en school rijksmonumenten zijn geworden, lijkt dan ook vanzelfsprekend. Maar Op ten Noort kon toen nog niet vermoeden dat zijn Prinseschool in 1999 als enige openbare school in Enschede later die status zou krijgen. Eén van de overwegingen was, dat typologie en bouwstijl kenmerkend waren voor de schoolgebouwen van Op ten Noort.

Het gebouw is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege de (oorspronkelijke) functie van lagere school, de hoge mate van gaafheid van het exterieur, de gave interieuronderdelen en de beeldbepalende situering naast de synagoge, die ook in 1998 tot rijksmonument is verheven.

Het leek alsof Op ten Noort zich heeft ingespannen om met al zijn kennis en creativiteit een mooie, indrukwekkende school te maken, passend in deze wijk van herenhuizen en villa’s, vaak creaties van andere bekende Nederlandse architecten.

Leerlingen achterom

De zogenoemde redengevende beschrijving van de school, op grond waarvan de school de status van rijksmonument heeft gekregen, vertelt ons, dat achter het smeedijzeren spijlenhek – tussen gemetselde hekpijlers met natuurstenen kussens – dat de erfscheiding vormt tussen het plein voor de school en de straat, zich de hoofdingang bevindt, in de voorgevel aan de Prinsestraat in het gedeelte met de verdieping. Hoe vaak zouden wij, oud-leerlingen, in de voorbije eeuw door dit monumentale hek zijn gewandeld? Wie heeft zich ooit gerealiseerd dat het zo’n opmerkelijk gebouw was, een hoogtepunt in het oeuvre van een creatieve jonkheer?
    Leerlingen mochten overigens niet over de hardstenen stoep van drie treden naar binnen, door ‘de dubbele paneeldeur met ovale negenruits vensters onder een gewelfde houten luifel op geprofileerde consoles’, want voor de schoolgaande jongeren was de entree aan de achterkant van het gebouw. Daar is nog steeds de ‘hoog opgaande entreepartij in de noordgevel van de westvleugel’, zoals de beschrijving cryptisch meldt, de ingang met een schilddakje met een piron, een ornament, op de nok. Op het tableau van gekleurde geglazuurde tegels staat in ouderwetse kapitaalletters Openb. Lagere School B2. ‘Het schoolgebouw heeft een winkelhaakvormige plattegrond met een gedeelte van twee bouwlagen in de oksel tussen twee zijvleugels van één bouwlaag onder overstekende met rode pannen gedekte schild- en zadeldakken,’ aldus de beschrijving.
    Het is maar dat de lezer het weet: de Prinseschool is een bijzondere school, en dat is het! Maar kijkt u ook nog even binnen. Daar is de oorspronkelijke indeling met onder meer de betegelde gangen, de hal met rondbogen en het trappenhuis met de originele trapleuningen en glas-in-lood traplichten gelukkig bewaard gebleven. Toen ik in het voorjaar van 2011, ruim zestig jaar nadat ik in 1952 de school had verlaten, in 1952,de school weer binnenkwam, nu door de hoofdingang, niet achterom, overweldigde het interieur me. Het was alsof ik in enkele stappen zes decennia terug in de tijd werd teruggeplaatst, zo herkenbaar waren de kleuren, het drinkfonteintje, de deur naar het schoolplein, de zesde klas van Elling, de tweede van juffrouw Goudriaan, de eerste van juffrouw Rutgers, het gymnastieklokaal. Ik ben gaan zitten, om met dichte ogen even terug te gaan in de tijd, herinneringen overspoelden me.

Prinseschool op ijzeroerbank

De Prinseschool is gebouwd op een terrein waar in de jaren vóór 1900 een ijzer-oerbank was opgegraven. In de tijd dat er nog geen water aan de grond werd onttrokken, was de Stadsweide een zeer drassig gebied, in het westelijke deel lagen wellen. In elk geval heeft er ijzeroer in de grond gezeten, in deze omgeving en elders. In 1857 werd een poging gedaan in Enschede een ijzergieterij op te richten, om ijzeroer uit de grond te verwerken, zoals dat bijvoorbeeld gebeurde bij Ulft en Terborg aan de Oude IJssel. Dat jaar werd met veel plechtigheid de eerste steen gelegd voor de fabriek, die Tubantia werd genoemd. Maar het werd een mislukking, want halverwege de bouw was het geld op. In 1877 kochten B. W. & H. ter Kuile het onvoltooide gebouw en ontstond hier de spinnerij Tubantia.






deValkenberg.nl