De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Apeldoorn in: Het Gelderland Boek.

Bijna veertig verhalen over Apeldoorn staan er in Het Gelderland Boek. Ze gaan over bezienswaardigheden en aantrekkelijke plekken in de stad. Over Paleis Het Loo, over de Oranjes, over monumenten en mensen. Samen schetsen ze een beeld van de stad. U vindt ze in Het Gelderland Boek, samen met ruim driehonderd andere korte vertellingen over steden en dorpen in deze groene, historierijke en zeer gevarieerde provincie. Foto’s en teksten over de Apeldoornse onderwerpen in dit boek zijn van Wim H. Nijhof. Ze staan alle op deze website.

Beekberger Woud weer nat bos
Omstreeks midden 19de eeuw wonen aan de randen van het Beekberger Woud in een uithoek van de Lierdermark vooral arme dagloners. Bekend is de huttenkolonie De Til waar de armoede groot is. Het woud bestaat uit moerasbos van elzen met wat eiken op hogere gronden. Op de natte, onvruchtbare broeklanden groeit alleen wat armetierig gras. Eind 1869 is dit Elsbos, het laatste oerbos in ons land, verkocht aan een rijkaard in Velp, die de natte gronden ontgint en er twee boerderijen bouwt, voor zichzelf en zijn zoon. Wie tegenwoordig in het Beekberger Woud gaat kijken, ontdekt niet alleen het fraaie monumentale ensemble van boerderijen en schuren, maar ook dat Natuurmonumenten met succes poogt het natte bos terug te brengen.

Kroondomein voor Hendrik
Het Kroondomein Het Loo in en rondom Apeldoorn is het grootste aaneengesloten natuurgebied in Nederland. Het Paleispark, de bossen en de heidevelden zijn samen bijna 10.000 hectare groot. Vooral prins Hendrik heeft zich vanaf zijn komst in Nederland omstreeks 1900 ingespannen om het grondbezit van de Oranjes rondom Paleis Het Loo uit te breiden. Het is Wilhelmina’s idee geweest haar gemaal alle kansen te bieden om zijn grote passie voor bosbouw uit te leven. Al tijdens hun wittebroodsweken geeft de koningin Hendrik als verjaardagsgeschenk een stuk heide. Dit ‘zoude hem bezigheid geven, kon later vergroot worden zoveel men wil’. De prins koopt voortdurend gronden in omringende buurschappen en herschept het landgoed in een jacht- en bosgebied naar voorbeelden uit zijn geboorteland Mecklenburg.


Koninklijke drieling
Het is een drukke dag, een historische dag, 13 mei 1876, want niet alleen worden de Oosterspoorweg van Amersfoort over Apeldoorn naar Zutphen en het station geopend, ook het Oranjepark wordt feestelijk in gebruik genomen, in aanwezigheid van koning Willem III. Op het voormalige landgoed De Pasch is het Oranjepark aangelegd, een flaneerpark in Engelse landschapsstijl. Even verderop ligt het Wilhelminapark, in 1890 overgedragen aan de gemeente, bij de tiende verjaardag van prinses Wilhelmina. Het is niet alleen een mooi-wees-park, het is in vroeger jaren ook voor shows en festiviteiten gebruikt. Het Prinsenpark, het laatste van de ‘koninklijke drie’, krijgt de gemeente in 1900 geschonken van een rijke douairière. Het is aangelegd in landschappelijke stijl, met fraaie boompartijen rondom de vijver.

IJzerkuilen in Loenermark
De Loenermark is een aantrekkelijk Veluws landschap van bijna 1.200 hectare, met uitgestrekte bossen en golvende heidevelden waar Schotse hooglanders en schapen grazen en edelherten en wilde zwijnen zich thuis voelen. In de middeleeuwen, als de Veluwe de grootste ijzerwinplaats in West-Europa is, ontstaan hier en in de omgeving door het graven van de klapperstenen ijzerkuilen, die nu nog in het landschap zichtbaar zijn als lange, evenwijdig aan elkaar lopende sleuven van ongeveer een meter breed en samen een rij vormen van meer dan tachtig kilometer. In de Loenermark, niet ver van de Groenendaalseweg, is een complex van zulke kuilen tot archeologisch monument verklaard. Ze zijn in de omgeving van Apeldoorn ook te zien op de Asselse heide ten zuidwesten van Hoog-Soeren.



Meer uit ijsklompen
Een oude sage vertelt dat in de tijd wanneer de reuzen de hemel bestormen, de dondergod Thunar een reuzenslang heeft verpletterd met een dondermoker die zeven mijlen diep in de aarde dringt. Zo ontstaat het Uddelermeer. De werkelijkheid is anders. Het meer is in de laatste IJstijd ontstaan uit ijsklompen die in de bodem zijn gesmolten. Het Uddelermeer voedt de gracht rondom de wal van de naastgelegen Hunnenschans. Het meer is een geliefd plekje van koningin Wilhelmina die hier vaak heeft gezeten, achter haar schildersezel. Een lakei, die haar vaak vergezelt, kijkt mee, hij schildert zelf ook. Als hij ongevraagd een nieuw penseel aanreikt, kijkt Wilhelmina vertoornd op en zegt: ‘Die moet ik niet hebben, jij weet er niets van’, zo gaat het verhaal.


Kanaal van koning Willem I
Koning Willem I is trots, als hij op 1 april 1829 een inspectietocht maakt over het Apeldoorns Kanaal, een 23 km lange vaarweg tussen Apeldoorn en Hattem, gegraven met zijn financiële steun. Op 13 april vaart een rijkslandbouwvaartuig van Apeldoorn langs de vijf schutsluizen en 27 bruggen naar het noorden, met aan boord de Gouverneur des Konings die de officiële opening verricht. Het kanaal is van groot economisch belang voor Apeldoorn, vooral voor de papierindustrie. In 1873  is het kanaal van Apeldoorn naar Dieren goed te bevaren. In 1929 wordt het eeuwfeest groots gevierd. In 1973 komt een eind aan de scheepvaart naar Apeldoorn, beide kanalen zijn gesloten. Trein en auto hebben de strijd gewonnen. Het kanaal is nu een uniek cultuurhistorisch monument.


Beekje kabbelt bovengronds
De Grift, in 1370 al beschreven, is van oorsprong een natuurlijk beekje. Vergraven en deels gekanaliseerd is het later het middelpunt van regionale nijverheid. In de 17de en 18de eeuw varen er platbodems met hout, turf, steen en koren. Dit watertje is bepalend geweest voor Apeldoorn De papierindustrie en later de wasserijen maken gebruik van het water in de beken en de sprengen. Daarom wordt in en rondom het centrum van Apeldoorn het beekje weer bovengronds gebracht. Langs winkels in het centrum kabbelt de Grift weer. Apeldoorn wil zich hiermee profileren als de stad van de beken en sprengen, die nu nog vaak ondergronds en verscholen door stad en landelijk gebied stromen. Het terugbrengen van water geeft de stad een nieuw ‘oud’ gezicht.


Naald als dank
Het is een groots feest, op 9 maart 1901, wanneer De Naald bij Paleis Het Loo in Apeldoorn wordt onthuld, het geschenk van de burgerij aan het jonge paar koningin Wilhelmina en prins Hendrik. De jonge vorstin drukt op een knop en ‘daar zakte de driekleur en het gedenkteeken vertoonde zich in al haar slankheid aan aller oog, onder oorverdovend gejuich’, zoals de lokale krant schrijft. Het bronzen reliëf in de voet bevat portretmedaillons van Wilhelmina’s vader koning Willem III en haar moeder koningin Emma. Hiermee wil Apeldoorn dank betuigen aan de koning die heeft gezorgd dat Apeldoorn een spoorlijn, een HBS en een Koningsschool heeft gekregen. En aan Emma die Nederland tijdens de minderjarigheid van de jonge koningin heeft geregeerd. Vanwege de aanslag op koninginnedag 2009 werd de Naald weer landelijk bekend.


Centrum van papiermakers
Vanaf het eind van de 16de eeuw is Apeldoorn het belangrijkste papiermakerscentrum van Gelderland, misschien zelfs van geheel Nederland. Het Veluwse papier wordt vooral verkocht naar het Oostzeegebied, daarnaast in andere Europese landen en in Oost-Indië en West-Indië. Tijdens de Franse tijd, gedurende het eerste decennium van de 19de eeuw, telt de Veluwe 130 papiermolens met zevenhonderd arbeiders. In Apeldoorn en omgeving drijven wentelende waterraden bijna honderd molens aan, ruim vijfhonderd man vindt er werk. Een aantal van deze molens heeft aan de Grift gestaan. Daar pacht Johan Steenbergen, Apeldoorns eerste papiermaker, in 1593 voor veertig gulden ‘die plaetz daer die olie- en volmolen placht te staen op de Grift’. De enige nog functionerende papiermolen is de Middelste Molen, dichtbij het Apeldoorns Kanaal in Loenen. Foto De Stentor, Apeldoorn



Water voor witte was
Vanaf 1860 kwijnt de papierindustrie langs de beken en sprengen in Apeldoorn weg, omdat papier in grote fabrieken wordt gemaakt. Slimme molenaars zien nieuwe kansen. Het zuivere Veluwse water is bij uitstek geschikt voor witte was. De molenaars bouwen hun papiermolen om tot wasserij. De waterraden brengen nu de waskuip in beweging. Gewassen textiel hangt te drogen op de hangzolders en in de droogschuren, die vroeger voor het papier zijn gebruikt. Voorbeelden zijn te vinden in Ugchelen, de Bouwhofmolen en de Hamermolen die  in 1639 is gesticht door een papiermaker en in latere jaren is omgebouwd tot korenmolen. In 1916 wordt De Hamermolen een door waterkracht aangedreven wasserij, die omstreeks 1960 wordt gesloten. Het gebouw is nu in gebruik als party- en congrescentrum.



Schans beschermt ijzerhandel
De Hunnenschans in Uddel, naast het Uddelermeer, heeft een belangrijke functie gehad in de ijzerindustrie. Het is een van de drie Veluwse wallen – de andere twee liggen in Rhenen en Doorwerth – die tussen de 8ste en 10de eeuw zijn gebouwd als onderdeel van een verdedigingssysteem over de Veluwe, toen een rijk gebied met een succesvolle ijzerindustrie. De Hunnenschans moet de handel in ijzererts beschermen en ligt daarom op een strategische plek langs de Harderwijker Heerweg, de handelsroute langs de belangrijkste ijzerwinplaatsen. De schans, opgeworpen tussen 850 en 950, heeft een ronde wal van twintig meter breed en vier meter hoog, rondom een binnenterrein van 150 x 150meter. Het is een vroegmiddeleeuwse walburcht, een veilige en goed bereikbare handelspost voor ijzererts.



Represaille van Rauter
De Tweede Wereldoorlog is bijna voorbij. Apeldoornse verzetslieden smeden een plan een vrachtwagen vol vlees van de Duitse Wehrmacht bij de Woeste Hoeve aan te houden, eten voor de honderden evacués uit het gebombardeerde Arnhem. In het duister zien ze niet dat het naderende voertuig geen vrachtwagen, maar een open BMW met enige Duitse officieren is. Er ontstaat een vuurgevecht. De officieren worden gedood, de zwaar gewonde overlevende is Hanns Albin Rauter, de hoogste politie- en SS-chef in Nederland. Rauter zelf bedenkt in het Kriegslazaret de gruwelijke represaillemaatregel: op diverse plaatsen in het land worden mannen doodgeschoten. Op 8 maart 1945 worden bij de Woeste Hoeve 117 mannen vermoord. In een glazen plaat van het gedenkteken bij Hoenderloo staan hun namen.



Drama van Jodenbos
‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter liefgehad.’ Deze woorden – een citaat uit het gedicht Het Carillon van Ida Gerhardt – staan op het monument in het Prinsenpark in Apeldoorn, ter nagedachtenis aan de Joodse oorlogsslachtoffers van het Apeldoornsche Bosch, een instelling voor zwakzinnigen. Wie hier wandelt, zal terugdenken aan het drama dat zich in de winter van 1943 heeft afgespeeld. De Jodenvervolging is in volle gang. Op woensdag 20 januari komen zo’n honderd man van de kamppolitie uit Westerbork aan bij het ‘Jodenbos’ aan de Zutphensestraat. De volgende dag begint de ontruiming. Vrijdagmorgen vertrekt vanaf het station een trein met ruim twaalfhonderd patiënten en vijftig begeleiders, op weg naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau,de dood tegemoet. Niemand komt terug.



Eerst priesters, dan politie
Pastoor Uyttewaal hoeft in 1931 niet na te denken, wanneer aartsbisschop Mgr. Jan Janssen hem vraagt of hij een plek weet voor het kleinseminarie van het bisdom Utrecht, dat in Culemborg uit zijn voegen is gebarsten. Vanuit de pastorie aan de Arnhemseweg in Apeldoorn kijkt hij uit over een groot stuk heidegrond van zestien hectare, woest, onontgonnen, voor weinig geld te koop. Zo krijgt Apeldoorn een kleinseminarie, dat wordt gebouwd naar een ontwerp van de kerkenarchitect Jan Hardeveld, met ruimte voor 350 studenten en ruim twintig leraren. Maar in de jaren zestig eindigt het rijke roomse leven, het seminariecomplex krijgt een nieuwe bestemming. Hier is de Politieacademie gevestigd, het nationale wervings-, selectie-, opleidings- en kennisinstituut van de Nederlandse politie.



De overbodige Kathedraal
In 1923 is Radio Kootwijk in gebruik genomen. Nederland heeft nu een radiozendstation met een langegolfzender voor de radiotelegrafische verbinding met Nederlands-Indie. Hier worden de verbindingen met ‘onze jongens in Indië’ onderhouden. Wieteke van Dort maakte faam met haar tranentrekkende liedje ‘Hallo Bandoeng! Ja, Moeder, hier ben ik’, over een oude vrouw die voor het laatst telefoneert met haar zoon en kleinzoon op Java. Al snel blijkt de Kathedraal overbodig. De imposante zendapparatuur voor de lange golf – die heeft geleid tot de bouw van de immense hal – is na twee jaar voorbijgestreefd door de nieuwere techniek van de korte golfzenders, die uitstekend functioneren in een houten keet. De Kathedraal staat er nog steeds en wacht op een nieuwe bestemming.



Kapel van de bankier
De rijke Amsterdamse bankier mr. dr. W. Westerwoudt koopt in de jaren dertig driehonderd hectare grond met zandverstuivingen, heidevelden en bossen, ver buiten Apeldoorn, in het gehucht Assel. Hij plant aan weerskanten van de spoorlijn naar Amersfoort bossen, laat gronden ontginnen, bouwt er enkele boerderijen. Op enkele honderden meters afstand is in de jaren twintig Radio Kootwijk gebouwd. Apeldoorn is ver weg, voor de bewoners van Assel en de medewerkers van het zendstation die hier wonen. De katholieken klagen, ze moeten te voet naar de kerk in Apeldoorn, twaalf kilometer is wel veel. Westerwoudt, ook katholiek, besluit een eenvoudige kapel te bouwen, gewijd aan de H. Geest. In het voorjaar van 1942 is de kapel ingezegend. Ze is nog steeds in gebruik.



Koning tegen gezelligheid
Op 11 juli 1849 krijgt de Apeldoornse handboogschutterij bericht dat koning Willem III beschermheer wil zijn van de vereniging die ook zijn naam mag voeren: Doelen van Koning Willem III. De schutters houden van een glaasje en gezelligheid. Hun bovenzaal van De Arend verandert al gauw in een sociëteit. Als voorzitter mr. J.A. van Hasselt, burgemeester van Apeldoorn, in 1878 de koning vraagt of ze ook hun sociëteit naar hem mogen noemen, zegt de koning nee. Want het doel ‘het bevorderen van gezellig verkeer’ zint de koning niet. De naam wordt Vereniging Sociëteit Apeldoorn. Later is een zaal naar de koning genoemd. Daar kijken Willem III en zijn eega’s Sophie en Emma vanaf hun schilderijen met enig misprijzen naar het ‘gezellig verkeer’.



De Kroon van de Tsaar
De naamgever van Hotel De Keizerskroon in Apeldoorn, op enkele passen lopen van Paleis Het Loo, is niet zomaar een keizer, maar Tsaar Peter de Grote van Rusland. De vorst overnacht hier in 1717, wanneer hij een kort bezoek brengt aan de Oranjes. Vier jaar later laat Peter zich tot Patriarch van de Russische Kerk kronen, de wereldlijke en geestelijke macht over het immense rijk zijn nu in één man verenigd. Hij schaft zich een nieuwe kroon aan, de Tsarenkroon van de vorsten van Novgorod vindt hij niet luisterrijk genoeg voor zijn nieuwe waardigheid. Op het uithangbord van het hotel – in 1689 gebouwd – is tot in de vorige eeuw, wanneer het hotel grondig aan moderne eisen wordt aangepast, een Russische mijterkroon afgebeeld.



List van de burgemeester

Vanaf 1872 praat Apeldoorn al over de bouw van een HBS, maar de liberale gemeenteraad vindt dat geen zaak voor de overheid. Burgemeester mr. J.A. van Hasselt, fervent ijveraar voor een HBS, bedenkt een list. Hij vraagt koning Willem III, die vaak op Paleis Het Loo is, om bijval, misschien kan er aan de school een Bos- en Ooftboomschool worden verbonden, dan geeft hij tienduizend gulden. Bomen zijn een hobby van de koning. Burgervader en koning kaarten de zaak af, bij de opening van het Oranjepark, op 13 mei 1876, samen wandelend over de lanen. De gemeenteraad gaat overstag en in 1877 wordt de school geopend. De afdeling bosbouw is er nooit gekomen, het ministerie van Koloniën verleent geen subsidie.



Admiraal weldoener voor Apeldoorn
Tegenover de bibliotheek in het culturele hart van Apeldoorn, naast het naar hem genoemde café, staat het standbeeld van Apeldoorns weldoener Jan Hendrik van Kinsbergen (1735-1819). In Nederland is hij beroemd als de laatste nationale zeeheld, na Michiel Adriaenszoon de Ruyter. Op 7 augustus 1781 heeft hij in de Slag bij de Doggersbank na een zwaar zeegevecht de Engelsen op de vlucht gejaagd. Van Kinsbergen, die vanaf 1799 in Apeldoorn woont, is een sociaal bewogen man. Hij sticht een spinhuis, waar armen een paar centen kunnen verdienen met het spinnen van vlas. Ook neemt de admiraal het initiatief voor een ‘Institut voor Arme Weezen’, dat wordt ondergebracht in een oude boerderij aan de Dorpsstraat. Meisjes worden hier opgeleid tot dienstmeid. Foto De Stentor, Apeldoorn



Kasteeltje inspireert koningin
Het kasteeltje Het Oude Loo, verscholen achter het paleis in Apeldoorn, is een rijke inspiratiebron geweest voor koningin Wilhelmina, die een verdienstelijk schilderes is. Talloze keren heeft ze het geschilderd en getekend, voor het eerst in 1897, als prinsesje van zeventien. Het mooiste schilderij van haar hand dateert uit 1928. Waar
het schilderij is, weet niemand, ze heeft het weggegeven.* Ook in de omgeving van het paleis schildert ze vaak, aan het Uddelermeer, een geliefd plekje, en in de buurschap Wiesel, waar ze ook na haar aftreden als koningin in 1948 vaak te vinden is. Ze trekt er op uit, te voet, op de fiets, met de schilderswagen, of in haar tonneau (een klein rijtuig), nooit alleen, altijd met een lakei.



Hertzberger Trio
De bekende Nederlandse architect Herman Hertzberger heeft Apeldoorn een gezicht gegeven, met drie aandachttrekkende gebouwen: het kantoor van Centraal Beheer, het gebouw van CODA (museum, stadsarchief) en het vernieuwde theater Orpheus. Als jong, vernieuwend architect ontwerpt hij eind jaren zestig van de vorige eeuw het hoofdkantoor van Centraal Beheer, met zijn opmerkelijke rasterstructuur, grote vierkante ruimten aaneengekoppeld, kantoortuinen van drie bij drie meter. Het is een soort bergdorp, in Apeldoorn al snel Apenrots genoemd. Eind jaren negentig tekent hij het ‘cultuurwarenhuis’ CODA (Cultuur Onder Dak Apeldoorn), een glazen paleis, ingeklemd tussen de Bibliotheek, het Huis voor Schoone Kunsten en de brandweerkazerne, creaties van drie andere grote architecten. Begin deze eeuw breidt Hertzberger het gebouw van Orpheus uit met een markante zaal voor 1200 bezoekers.



De Kus en de tranen
De binnenkomende en vertrekkende reizigers kunnen bij het station in Apeldoorn niet om De Kus heen, een meer dan twintig meter hoge sculptuur die de Amsterdamse kunstenaar Jeroen Henneman heeft gemaakt. Het kunstwerk is het geschenk van de gemeente Apeldoorn aan prins Willem-Alexander en prinses Máxima, als herinnering aan hun huwelijk op 02-02-2002. Tegen het hemelblauw ontdekt de voorbijganger de contouren van de gezichten van twee mensen die elkaar zoenen. Refereert het kunstwerk aan de kus bij het afscheid en de begroeting? Het is vooral dé kus waarop enkele miljoenen televisiekijkers in binnen- en buitenland wachten op de trouwdag van het koninklijke paar, na de weemoedige, vertederende heimweetranen in de Nieuwe Kerk, als de bandoneon Adiós Nonino laat klinken.



Oranjes snel naar de kerk
Koning Willem III heeft tijdens zijn bewind van 1849 tot 1890 de Loolaan in Apeldoorn zien groeien tot een statige allee met een koninklijke allure. Zijn overgrootvader stadhouder Willem IV heeft rond 1735 de laan laten aanleggen. De stadhouderlijke familie met hofdienaren kan dan sneller en comfortabeler naar de dorpskerk rijden. In 1840 bouwt een welvarende Amsterdammer, gelokt door Veluwegroen en vorstelijk Paleis, de eerste villa aan de laan. Later volgen velen zijn voorbeeld. Het is opmerkelijk dat er rond 1900 veel medici wonen. Onder hen dokter L. Pot, in 1898 benoemd tot geneesheer bij de hofhouding van H.M. de Koningin. Apeldoorners zien hem vaak uitrijden, in zijn Victoria, een koets met één paard en een koetsier, op weg naar Paleis Het Loo.



Oefenkampen voor leger
In 1860 meldt minister van Oorlog jhr. E.A.O. de Casembroot de legercommandanten dat in Nieuw-Milligen bij Apeldoorn een maand lang een ‘troepenvereeniging’ wordt gehouden. Op 20 augustus komt koning Willem III de basis inspecteren. De volgende dag arriveren de eerste troepen: lange rijen tenten van ‘meer dan een half uur gaans’, met ongeveer zevenduizend soldaten, evenveel als het aantal inwoners van Apeldoorn. Van heinde en verre komen dagjesmensen naar Nieuw-Milligen, om naar de oefeningen en de parades te kijken. Tot 1885 zijn hier jaarlijks zulke oefenkampen. Tegenwoordig is op het Air Operations Control Station Nieuw-Milligen de gevechts- en verkeersleiding van de Koninklijke Luchtmacht gevestigd. Hier wordt de verdediging van het luchtruim van Nederland en de NAVO bewaakt en gecontroleerd.



Het witte kerkje van Heldring
In de zomer van 1839 komt dominee Otto Gerhard Heldring uit Hemmen op een wandeltocht over de Veluwe bij toeval terecht in Hoenderloo. In zijn reisverslag schrijft hij over ‘...eene Oaze in het midden van zandbergen...nimmer zagen wij schooner heide’. Gesprekken met bewoners leren hem al snel dat in de buurschap de meest elementaire voorzieningen ontbreken, zoals een waterput en een kerk. Twee jaar later laat hij een bronwaterput bouwen, in twee uur tijd kun je er vijftig emmers water putten. De Heldringput is nog steeds een bezienswaardigheid, evenals het naar de predikant genoemde witte kerkje. Heldring, in 1854 grondlegger van de Hervormde gemeente, laat vier jaar later de kerk bouwen, in neogotische stijl. Sinds 2000 is het gebouw een gemeentelijk monument.



Kathedraal van boomstronken
Midden in het Kroondomein in Apeldoorn staat de Boomstronkenkathedraal, een kunstwerk van Marinus Boezem, gemaakt ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van koningin Beatrix. Veertig bronzen boomstronken schetsen de plattegrond van de zuilenrij van de kathedraal in de Franse stad Reims, op een terrein van 125 bij 35 meter. De bovenkanten zijn spiegelend gepolijst, het licht weerkaatst er in. Het kunstwerk is een uiting van de verbondenheid van Beatrix met Het Loo, niet alleen met het kasteeltje Het Oude Loo, maar ook met paleis, tuinen en park. Daarvan wil ze op haar verjaardag getuigen, met een eigentijds sculptuur. Niet verwonderlijk, want de koningin is zelf beeldhouwster. Ze vindt dat iedereen bij deze kathedraal zijn eigen gedachten en gevoelens kan ervaren.



Kijken naar militair bedrijf
Koning Willem III heeft veel belangstelling voor het militaire bedrijf.  Daarom laat hij in 1861 in Hoog-Soeren op het hoogste punt van de Veluwe een landhuis bouwen, met een verrukkelijk uitzicht over heide en heuvels. De koning gaat graag vanuit het Aardhuis op jacht, maar vooral heeft hij hier een uniek uitzicht op de op de hei oefenende legertroepen van het kamp Nieuw-Milligen. Na de ingebruikneming geeft Willem III  een diner voor alle hoofdofficieren uit het legerkamp. De hoge militairen zijn vooral onder de indruk van de vele kostbare kunstvoorwerpen. Het Aardhuis, aan de Amersfoortseweg in Apeldoorn, is tegenwoordig het bezoekerscentrum van het wildpark in het Kroondomein. Het oorspronkelijke karakter van het huis is het best bewaard gebleven in de rooksalon naast de eetzaal.



Vijver van werklozen
In 1933, in de crisisjaren, krijgt Apeldoorn een nieuwe toeristische attractie, Berg en Bosch. Velen komen van heinde en verre een kijkje nemen. Twee jaar eerder heeft de gemeente Apeldoorn zorgen. Veel inwoners zijn werkloos, maar er is geen werkverschaffingsproject voorhanden. Niemand heeft een oplossing, tot iemand een idee oppert: een grote vijver in Berg en Bosch. In 1917 heeft de gemeente het landgoed gekocht, voor een half miljoen gulden is ze eigenaar van 525 ha grond. Eerst worden er sportvelden aangelegd, daarna een openluchttheater en in 1921 een Gemeentelijke Theetuin. Hier worden openluchtconcerten gegeven en massameetings gehouden, zoals landdagen van NCRV en AVRO. Werklozen graven twaalf jaar later een vijver, met watervalletjes, heuveltjes en een bank, met wandelpaden onderlangs en bovenover.



Aapjes kijken
Welke Nederlander kent het niet, Apenheul in Apeldoorn? Het is een idee van Wim Mager, een Rotterdams Fotograaf, die in de jaren zestig twee dwergaapjes in een dierenwinkel koopt. De aapjes krijgen jongen, en Mager besluit van zijn hobby zijn beroep te maken. Hij huurt de voormalige Bloemenhal en anderhalve hectare grond in het natuurpark Berg en Bos voor een gulden. Hier kunnen apen vrij in het bos leven en tussen bezoekers lopen. Na wolapen en slingerapen komen in 1976 gorilla’s naar Apeldoorn. Er worden gorillababy’s geboren die – toen nog heel bijzonder – door de moeder zelf worden grootgebracht. Apenheul verwelkomt elk jaar duizenden bezoekers, die aapjes kijken en wandelen over de tweehonderd meter lange Amazonebrug die zich tussen enkele apeneilanden doorslingert.



Bij Juul de Muis
De kranten staan er in 1910 vol van, een uitkijktoren van zandsteen van 24 meter hoog, je kunt met een kijker op de toren van de Lebuïnuskerk in Deventer zien hoe laat het is. Restaurant Belvedère in Apeldoorn, aan de weg naar Amersfoort, heeft een nieuwe attractie. Duizenden Nederlanders komen kijken. In de oorlog mag de naam Prinses Juliana Toren niet worden gebruikt van de Duitse bezetter en heet het park enkele jaren Julia Toren. Omdat het nabijgelegen Prins Bernhard Dal, ook een toeristische attractie voor heel Nederland, in de jaren zestig plaats moet maken voor het waterwingebied van Apeldoorn, voegt het zich bij de Juliana Toren. Daar verwelkomt Juul de Muis nu gezinnen, groepen en schoolklassen voor een dagje topvermaak.



Spaarpunten voor Jorzolino
Ouderen kennen de zeepproducten van De Haas & Van Brero in Apeldoorn nog: Swift, Edelweiss en 1,2,3. Velen hebben de gratis punten gespaard, voor tafellakens, badhanddoeken en ander huishoudtextiel. K. de Haas en A. van Brero nemen in 1908 een Amsterdams zeepfabriekje over. Ze produceren was- en bleekmiddelen. De zaken bloeien, maar uitbreiden kan niet. In Apeldoorn kopen ze een  vroegere steenfabriek. De wasmiddelen zijn verpakt in kartonnen dozen, met twee, vijf of tien spaarpunten. Voor volle spaarkaarten krijgen klanten huishoudtextiel van het merk Jorzolino, ‘voor keuken en slaapkamer, voor bed en voor bad’, producten van D. Jordaan & Zonen uit Haaksbergen. Dit bedrijf kent jaaromzetten van drie tot vier miljoen gulden. In de jaren zeventig wordt de zeepfabriek overgenomen door Unilever.



Visnetten met wereldfaam
Carl Gustav von Zeppelin opent in 1883 bij het Apeldoorns station de Nettenfabriek. Hij kiest voor Apeldoorn, vooral omdat het dorp dichtbij de toenmalige Zuiderzee en dus bij de vele vissersvloten ligt. Met de machinaal gemaakte netten, goedkoop en sterk, verwerft het bedrijf wereldfaam. In vrijwel alle landen ter wereld gebruiken vissers netten uit Apeldoorn, eerst geknoopt uit sterke garens, later uit nylon. In de jaren 1910-1914 werken er vijfhonderd mensen in de fabriek. In de jaren daarna, door de Eerste Wereldoorlog en de crisisjaren, gaan de zaken minder goed, maar begin jaren vijftig telt het bedrijf duizend werknemers, vijftien keer zoveel als zeven jaar eerder. Daarna gaat het weer bergafwaarts. In de leegstaande fabrieksgebouwen is nu plaats voor allerlei activiteiten.



Fonteinen verslaan Versailles
Als de Veluwe nog ‘wild en byster’ is, een woestenij vol zandverstuivingen en heidevelden en Apeldoorn een heidedorpje, bouwt koning-stadhouder Willem III omstreeks 1700 Paleis Het Loo. Het moet een ‘lusthof’ worden voor de koning van Engeland, zoals het Versailles van zijn grote tegenstrever Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Maar dat lukt niet, de koninklijke beurs is niet voldoende gevuld, het wordt een paleis in de eenvoudige Hollands classicistische stijl, alleen de fonteinen in de prachtige tuinen spuiten hoger dan die van de Franse koning. Lodewijk Napoleon, van 1816-1810 koning van Holland, verbouwt het paleis grondig, schildert het wit en ploegt de tuinen om. In de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt het paleis gerestaureerd en ingericht als Paleis Het Loo Nationaal Museum.



Kasteel met schuurkerk
Wijnand Hackfort, van adel, burgemeester van Arnhem, koopt in 1550 het goed Ter Horst met omringende gronden. Enkele jaren later bouwt hij er een zomer- en jachtverblijf voor de familie, met fraaie waterpartijen rondom. Aan het eind van de 18de eeuw krijgt het huis de tegenwoordige classicistische voorgevel.
Als Wijnand met de bouw van zijn ‘lagchend landhuis’ begint, bouwen de katholieken uit de buurt een kerkje, de tegenwoordige protestantse kerk in Loenen, toen als hulpkerk een steunpunt voor de katholieke kerk in Beekbergen. Na de Reformatie stellen de katholiek gebleven Hackforts hun spieker (schuur), oostelijk van het kasteel, beschikbaar als schuilkapel. In 1792 krijgt het oostelijke bouwhuis een nieuwe ‘schuurkerk’. Kasteel Ter Horst en de kapel zijn tegenwoordig te bezichtigen.



Vakantiedorp Beekbergen
Beekbergen is een dorp uit de vroege middeleeuwen. In de 17de eeuw krijgt het bekendheid door de papiermolens, een dorp met een nog steeds fraaie van oorsprong romaanse kerk uit de 11de eeuw, boerenbehuizingen en enkele herbergen. Het ligt aan de rand van de prachtige Veluwse natuur en kan zich daarom na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelen tot een drukbezocht oord voor  toeristen, die in de zomermaanden vooral de campings en vakantieparken bevolken. Ze wandelen en fietsen door de omringende natuur, bijvoorbeeld rond het ‘kasteeltje’ Spelderholt, maken een tochtje met de stoomtrein tussen Apeldoorn en Arnhem, slenteren langs terrasjes in de Dorpsstraat. Ze pakken misschien auto of bus naar Arnhem of Apeldoorn. Of ze zonnen, in een luie stoel voor tent of bungalow.



Twee glazen torens
In de jaren zestig wordt Apeldoorn benoemd tot ‘tweede schrijftafel’ van Nederland. De Rijksbelastingdienst verhuist vanuit Den Haag naar een nieuw kantorencomplex, het Walterbosch, ontworpen door Piet Zanstra, een onderbouw met vier verschillende torens. Ze vormen een metafoor voor de groei en de verstedelijking van Apeldoorn. Dertig jaar later is renovatie noodzakelijk. De bestaande gebouwen worden opgeknapt en er worden twee nieuwe torens gebouwd, naar een ontwerp van DPG Architectuurstudio in Delft. Deze torens, zestig meter hoog, hebben een gevel die volledig uit glas bestaat. Hiervoor hangen vaste, elektrisch op en neer te sturen, horizontale lamellen, die het zonlicht temperen en tegenhouden, maar het uitzicht op de groene omgeving niet belemmeren. Er staan nu zes torens, verbonden door een plintgebouw.



ILLUSTRATIES
De foto’s bij de artikelen uit Het Gelderland Boek zijn gemaakt door Wim H. Nijhof, tenzij anders vermeld.

 

 

 

 





deValkenberg.nl