De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

8. De eerste jaren van School B2
Het Verslag van den toestand der Gemeente Enschede, dat vanaf het begin van de jaren tien tot het einde van de jaren dertig verscheen, bood elk jaar een uitgebreid overzicht van de ontwikkelingen van het onderwijs in de stad. Zo weten we dat er in Enschede eind december 1911, kort na de start van School B2 op Hoog en Droog, veertien scholen waren voor openbaar lager onderwijs, waarvan vijf voor lager en uitgebreid en de overige voor gewoon lager onderwijs. De hoofden der scholen en de leerkrachten verdienden samen ƒ 137.129,525, de grootste post op de jaarbegroting.
    Elke school hield in een schooljaar een aantal vergaderingen. Daarvan werden korte verslagen in het Gemeenteverslag opgenomen. School B1 aan de Brinkstraat vergaderde in 1911 zes keer, waar ook de stichting van het filiaal op Hoog en Droog aan de orde kwam. In de vergadering van 22 september 1911 werd meegedeeld, dat de heren Römer en Bekker voortaan niet langer zouden deelnemen aan de vergaderingen van de school, in verband met het oprichten van de Parallelschool B:

Zij hebben steeds met grooten ijver en met veel tact hunne betrekking vervuld, hun komt een woord van dank toe voor het vele, dat door hen in het belang van School B is verricht. De voorzitter hoopt, dat het hun gegeven moge zijn nog lange jaren met dezelfde opgewektheid en toewijding aan de Parallelschool B hunne krachten te geven.

In 1911 werkten op School B2, ‘voor gewoon lager onderwijs en de beginselen der Fransche taal’, buiten het hoofd der school, de heer U. Postma, die deze functie vanaf 22 augustus 1911 bekleedde, twee onderwijzers – de heren Römer en Bekker – en één tekenonderwijzer en één vakonderwijzeres voor nuttige handwerken.

Sinterklaas

In de vergaderingen van alle openbare lagere scholen werd in het najaar van 1911 driftig gediscussieerd over het Sinterklaasfeest. Uren werden er aan besteed. Aan de orde waren enkele vragen, waarover de onderwijzers en onderwijzeressen hun mening moesten geven. Op school B1 bleek dat op de vraag wie voor en wie tegen het houden van een St. Nicolaasavond in school was, acht aanwezigen vóór waren, een was er pertinent tegen, drie aanwezigen stemden blanco. Tien van de twaalf onderwijskrachten vonden, dat er op school wel een Sinterklaasfeest moest worden gevierd. Besloten werd dat Sinterklaas met zijn zwarte Piet op school zou komen en versnaperingen uitdelen, en ‘omdat het zijn eigenaardige bezwaren heeft de grooteren in het schoollokaal den geheelen namiddag aangenaam bezig te houden, zal St. Nicolaas de kinderen uitnoodigen een uur in de bioscoop door te brengen’. De directeur van de bioscoop werd gevraagd bij de keuze van de films hiermee rekening te houden. Gebleken is dat deze opzet geheel was geslaagd en dat de kinderen van School B1 zich uitstekend hadden vermaakt.
    De eerste vergadering van de parallelschool B2 was belegd naar aanleiding van de brief van Burgemeester & Wethouders over de viering van het Sinterklaasfeest. Het verslag van de vergadering meldt slechts, dat het advies van de schoolvergadering over het feest aan B & W was verzonden, over de inhoud van de brief werd niet gesproken. Dat er nauwelijks over het feest is gediscussieerd, is aannemelijk, want School B2 was van start gegaan met een vijfde, zesde en zevende klasse. De kinderen uit deze klassen geloofden niet meer in het sprookje van de Goedheiligman.
   
1912

In 1912 kwam het onderwijzend personeel van School B2 vijf keer bijeen. Op 23 maart, 28 maart en 1 april werd uitvoerig gediscussieerd over het nieuwe leerplan van School B2. Het al gemaakte ontwerp voor het leerplan van School B1 werd daarvoor als leidraad genomen. Het eerst kwam het vak Frans aan de orde. Omdat de Hoogere Burgerschool de toelatingseisen had verminderd en een vijfde deel van de leerstof was komen te vervallen, kwamen er enige uren vrij, die over de andere vakken konden worden verdeeld. Na enige discussie wordt besloten de lestijd voor Frans met vijf uur te verminderen, en wel twee uur in de vierde klas, waardoor daar geen Frans meer werd onderwezen, en één uur in de vijfde, zesde en zevende klasse. Ook wordt er wat geschoven met de uren voor andere vakken als rekenen, taal, lezen en schrijven, natuurkennis en geschiedenis. De kinderen kregen evenmin een uurtje minder het zogenoemde Aanschouwingsonderwijs, dat het kind leerde goed naar iets te kijken, de kinderen bekeken voorwerpen, beroepen, alledaagse situaties op schoolplaten.
    In de laatste vergadering van School B2 werd uitvoerig gesproken over het plan van de hoofden van de beide B-scholen, Kniepstra en Postma, de schooltijden voor de lagere klassen in te korten. Ieder was het erover eens dat het voor de jonge leerlingen die pas op school waren, nodig was een aantal uren minder les te geven. Het voorstel om de namiddagschooltijden voor de eerste en tweede klassen gedurende de zomermaanden te laten vervallen, werd ook met algemene stemmen aangenomen, daar ......

.... gevoeld werd, dat de kinderen van vooral de 1e klasse ’s zomers meer behoefte hebben aan vrij hebben dan ’s winters en daarvan gedurende de zomermaanden voor hun gezondheid beter kunnen profiteren.

Een voorstel om de jongens van de derde klasse vrij te geven, als de meisjes leerden handwerken, kreeg de handen niet op elkaar. Het idee in de wintermaanden de schooluren te laten beginnen om negen uur en om twaalf uur te laten eindigen, vond geen genade in de ogen van het onderwijzend personeel, omdat ‘het samenvallen van het uitgaan van scholen en fabrieken minder gewenscht’ was.
    Een belangrijk onderwerp van gesprek was de duur van de zomervakantie. Ook toen al gingen elk jaar kinderen met hun ouders vaak voordat de vakanties officieel waren begonnen, op vakantie. Soms kwamen de kinderen ook te laat terug, dus wanneer de schoolvakantie officieel al voorbij was. Dat werkte volgens de onderwijzeressen en onderwijzers storend, en om dat te voorkomen, besloten ze toestemming te vragen de schoolvakantie met een week te verlengen. Of B&W van Enschede daarmee hebben ingestemd, werd niet vermeld.

1913

In één van hun vergaderingen in 1913, op 25 april, spraken hoofd en onderwijzers van School B2 uitvoerig over het idee kinderen voortaan na het zesde leerjaar toe te laten tot de HBS, tot nu toe duurde de school zeven jaar. Het ging er natuurlijk niet alleen om dat de kinderen de school dan een jaar eerder konden verlaten, maar vooral over hun kans deze overstap met succes te kunnen maken en ze zonder al te veel problemen de HBS konden doorlopen. De zogenoemde ‘vlugge’ leerlingen zouden deze overstap gemakkelijk kunnen maken, daarover was iedereen het eens. Dan zouden de leerlingen vanaf de vijfde klas gesplitst moeten worden in ‘vlugge’ en minder kansrijke leerlingen. Het moment van het splitsen, dus vanaf de vijfde klas, werd gekozen, omdat in die klas voor het eerst Frans werd onderwezen. Maar die tweedeling mocht ook weer niet te snel plaatsvinden, want in de praktijk bleek vaak dat kinderen die aanvankelijk de leerstof snel oppikten, in de hogere klassen minder presteerden. Mede om deze en nog een aantal praktische redenen werd de splitsing afgewezen.
    Een andere mogelijkheid was de vlugge leerlingen bij te werken, zodat ze vanaf de zesde klas naar het middelbaar onderwijs konden overstappen. Maar deze keuze zou problemen opleveren voor ‘minder gegoede ouders’. Middelmatige leerlingen in zes jaar op een niveau brengen dat ze geschikt maakte voor de HBS, was onmogelijk, vonden de meeste onderwijzers. Met het ‘drilsysteem’ zou dat ogenschijnlijk kunnen lukken, want ‘met het drilsysteem loopt men gevaar, den lust in ’t leeren te dooden’, aldus het verslag, en dan zouden de leerlingen in de hogere klassen in de problemen komen. Want waarom was gekozen voor zeven klassen? Om te voorkomen dat er gedrild zou moeten worden om aan de eisen voor toelating tot de HBS te voldoen. Aan het einde van de lange vergadering bleek dat allen unaniem van mening waren dat het omzetten van de zevenklassige naar een zesklassige school geen goede zaak was en het plan werd dan ook afgekeurd. Het werd in de onderwijzerswereld beschouwd als ‘een stap achteruit in plaats van vooruit’.

 

Schoolbioscoop of sciopticon 

Er is in de vergadering van het onderwijzend personeel in 1913 enkele keren gepraat over de voor- en nadelen in het onderwijs van de schoolbioscoop en de toverlantaarn, de sciopticon. Het pleidooi van een leerkracht is letterlijk in het verslag opgenomen.

’t Nut van de schoolbioscoop zal wel niemand ontkennen. Verschillende onderwerpen, waarover anders alleen gesproken kan worden, kunnen door de bioscoop op de meest aanschouwelijke wijze onder ’t oog der leerlingen gebracht worden. Vooral de vakken Aardrijkskunde en Natuurkunde en in wat minder mate Geschiedenis zullen er voordeel van kunnen trekken.

Met platen kan men ook wel wat laten zien, maar toch niet zoo goed als met een bioscoop. Een plaat is voor de kinderen te veel een dood ding en kan bovendien ook maar een moment weergeven. Een kind houdt van actie en juist dat geeft de bioscoop. Vandaar ook, dat kinderen zoo graag bioscoop bezoeken.

Bezwaren: In ’t stadium, waarin de bioscoop op dit ogenblik verkeert, zijn er nog niet veel geschikte films, maar deze zouden natuurlijk wel gemaakt worden, wanneer in de school meer algemeen tot het gebruikmaken van de bioscoop overgegaan werd.

Misschien zou de schoolbioscoop het bezoek van de gewone bioscoop aanwakkeren, wat voor kinderen zeer groote bezwaren meebrengt, zoals reeds herhaaldelijk in de praktijk bewezen is. Hiertegenover staat evenwel, dat de schoolbioscoop op den duur de smaak van de kinderen zal veredelen. Als een zeer groot bezwaar werd genoemd het vliegensvlug voorbijtrekken der beelden aan de oogen der leerlingen, wat toch voor een goed opnemen zoo hoog noodig is. De school zou in dat opzicht veel meer nut kunnen trekken van een tooverlantaarn. De beelden kunnen dan op zichzelf beschouwd worden.

’t Sciopticon (projectielantaarn) is beter. In Amsterdam is dan ook de keuze daarop gevallen. Vooruit kunnen de platen beschouwd worden. In verband hiermede werd door een der leden opgemerkt dat hem op de Twentsche onderwijzers-vergadering bij het zien van de schoolfilm “de Ned. Heidemaatschappij” bovenstaande bezwaren sterk waren opgevallen. Ook had hij gehoord dat men in Leeuwarden naar deze film in school opstellen had laten maken en nu was ’t een opmerkelijk verschijnsel geweest, dat in die opstellen onbeduidende bijzonderheden op den voorgrond geschoven waren, terwijl hoofdzaken geheel vergeten werden.

De Voorzitter merkte op, dat hij wel eens een opstel had laten maken over ’t een of ander onderwerp uit de bioscoop. Hem was daarbij opgevallen, dat zelfs de taaiste denkers door het handelend optreden, in de bioscoopvoorstellingen tot schrijven werden gebracht. In verband hiermee zou hij het dan ook wenschelijk vinden, dat de bioscoopfilms gemaakt werden van goede verhalen.

Resumeerende kwam de vergadering tot de volgende conclusies:

1e De bioscoop kan een goed hulpmiddel bij het onderwijs zijn;

2e Tegenover het bezwaar, dat de schoolbioscoop het bezoek aan de gewone bioscoop zal aanwakkeren, kan staan als voordeel de veredelende invloed, die ervan zal uitgaan;

3e De bioscoop en ’t sciopticon vergelijkende, voelde de vergadering meer voor het laatste.

 

 





deValkenberg.nl