De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

12. Huwelijk van Juliana, feestalbum voor scholieren
Eén van mijn kostbare herinneringen aan de Prinseschool is het Feestalbum, dat de schooljeugd van Enschede kreeg aangeboden ter gelegenheid van het huwelijk van prins Bernard en prinses Juliana op 7 januari 1937. Jaren geleden groef ik het op in een boekenantiquariaat. Het was, zoals de overdadig met oranje gesierde brochure meldt, ‘een blijde dag voor Nederland’. De ‘jongens en meisjes’, scholieren van toen, lazen dat nog nooit zoveel vlaggen in de steden hadden gewapperd, nooit eerder waren de straten en grote gebouwen zo fleurig versierd en zo schitterend verlicht als op deze dag en de dagen, die vooraf gingen. ‘Onze geliefde prinses is getrouwd met een prins, die vanaf zijn eerste verschijnen in ons land ieders hart won door zijn open en vriendelijk gezicht en zijn aardige sportieve manieren.’ Wie 75 jaar later de boeiende, ook onthullende biografie Bernard. Een verborgen geschiedenis van Annejet van der Zijl leest, kan niet anders dan glimlachen om deze juichende beschrijving uit 1937. In elk geval moesten de scholieren zich wel realiseren, dat het prettig was ‘zulk een gewichtig ogenblik in de geschiedenis van zijn land’ mee te maken en ‘het is zo goed, dat men zo’n gebeurtenis in zijn geheugen grift en de herinnering zorgvuldig bewaart’.
    In een kort geschiedenislesje over het Huis Oranje wordt de jongens en meisjes uitgelegd, waarom het Huis Oranje voor ons land van grote betekenis is en dat ‘onze Prinses’ op dat moment de laatste is uit de rij der Oranjes. En dan zal er een moment komen, dat iemand Juliana moet opvolgen: ‘Een zoon of dochter van Juliana en Bernard zal die plaats kunnen innemen. Dan zal ons volk het Oranjehuis, waarmee het in de loop der eeuwen zozeer is samengegroeid, kunnen behouden. Begrijp je nu’, wordt de kinderen voorgehouden, ‘waarom de zevende Januari 1927, behalve een blijde, ook een zeer belangrijke dag was voor ons volk?’
    Het feestalbum, eigenlijk een klein geschiedenisboekje van het huis Oranje en de verbondenheid met land en familie van Prins van Lippe-Biesterfeld, vol foto’s van de trouwdag, brengt ook enkele momenten in beeld van het bezoek dat de aanstaande koningin, prinses Juliana, twintig jaar, op 2 september 1929 aan Enschede bracht, samen met haar moeder koningin Wilhelmina en vader prins Hendrik, waar ‘ze zich nader met de Enschedésche industrie op de hoogte stelden’. Enkele zinnen, vijf foto’s van die dag. Of Juliana mooie herinneringen had aan die dag? Want een echte feestdag was het niet, in Enschede, aan het begin van de crisisjaren die de textielindustrie en de stad nog zwaar zouden treffen.
    Enschede had zich feestelijk opgesmukt voor de komst van de koninklijke gasten. Het was onrustig in de stad, bijna twee maanden vóór de economische crisis die de wereld zou gaan teisteren. De textielfabrikanten hadden al aangekondigd, dat ze de lonen zouden moeten verlagen om te kunnen overleven. De arbeiders konden vier dagen vakantie met behoud van loon krijgen, maar ze moesten er wel 34 uur voor overwerken. Erebogen, vlaggen, groen en guirlandes riepen een feeërieke sfeer op, zeker toen ’s avonds de feestverlichting brandde, maar ze verhulden niet de ontevredenheid en onzekerheid alom in de stad. Socialisten verspreidden pamfletten. In één van de schampschriften protesteerde Pieter Jelles Troelstra – zeventig jaar bijna, maar nog steeds een bevlogen strijder – tegen het gemeentebestuur, dat deze festiviteiten wilde betalen uit de gemeentekas.
   
Want nu reeds blijkt het, dat men, ofschoon men blaakt van koningsliefde, anderen voor de onvermijdelijke kosten wil laten opdraaien, doch zelf de eer en de stukjes ijzer, ridderorden, hoopt in te palmen door collecten, die anders verboden zijn, te houden bij de ingezetenen, welke dus per slot van rekening hun dubbeltjes mogen offeren voor een zaak, die slechts ten doel heeft een bedrieglijke reclame voor een of meer schatrijke juffrouwen. Doet daaraan niet mee, arbeiders, medeburgers, verlaagt u niet tot schreeuwende figuranten van een brutale groep uitbuiters en onderdrukkers.

De koninklijke gasten bezochten de fabrieken Oostburg en Transvaal van Van Heek & Co., waar ze werden verwelkomd door de firmanten Ludwig en Herman van Heek en Abraham Ledeboer. Later op de dag waren ze even te gast in de Hogere Textielschool aan het De Ruyterplein. In het G.J. van Heekpark defileerden onder begeleiding van welluidende marsmuziek van drie muziekkorpsen verenigingen van padvinders, zangers, jongelingen, sporters en vertegenwoordigers van de confessionele en socialistische vakverenigingen.
    Burgemeester Edo Bergsma besteedde in zijn toespraak tot de koninklijke gasten uitvoerig aandacht aan de huisvesting van de inwoners, die ‘niet in eindelooze en vreugdeloze straten in huurkazernes’ woonden. Het overgrote deel van de bevolking was volgens hem goed gehuisvest ‘aan of in de nabijheid van brede, groen omzoomde wegen, dicht bij of rondom parken en plantsoenen, in lage eengezinswoningen, vol lucht en licht’. Maar er waren ook donkere kanten.

Ik zeide met voordacht: de overgrote meerderheid, dus niet de gehele bevolking. Wij willen niet verbloemen en wij hebben het zelfs op uwe ochtendrit door de stad voor Uwe Majesteit ook onthuld, dat er nog reeksen oude woningen in de stad bestaan, die zijn als wonde plekken in een gezond lichaam.

Burgemeester Bergsma doelde zonder twijfel op de plannen om zo’n ‘wonde plek’, de Krim, af te breken. Maar het zou nog lang duren eer de slopershamer door de wijk zou trekken, pas in 1935.
    Een jaar daarna, in 1936, ging ook – aldus het feestalbum uit 1937 – ‘de belangstelling der Koninklijke Familie naar het land van katoen en heide uit’. Prinses Juliana bracht in gezelschap van haar vader en moeder een bezoek aan de tentoonstelling ’t Volle profijt’. De stad was niet versierd, op verzoek van koningin Wilhelmina, die het ongepast vond in de zware crisisjaren geld uit te geven voor het versieren van de stad, er wapperden alleen rood-wit-blauwe vlaggen.
    De brochure sloot af met een panoramafoto van Paleis Soestdijk, waar prinses Juliana en prins Bernhard hun domicilie kregen, het paleis dat – zo konden de jongens en meisjes lezen ‘thans na de hooggestemde verwachtingen, maar evenzeer vermoeiende bruidsdagen nieuw vorstelijk geluk binnen zijn muren zal bergen’. De tekenaar-ontwerper Gerard van Haeften, die de vormgeving van de brochure had verzorgd, had de achterkant van het feestalbum gereserveerd voor het eerste en zesde couplet van het Wilhelmus, afgesloten met de tekstregel D’Oranjeboom bloeit!





deValkenberg.nl