De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

16. Het verhaal van Sonja

 

Sonja op de Eerste Prinseschool

 

Sonja Wallega was vijf jaar, toen de Tweede Wereldoorlog begon. Haar moeder was een Duitse Jodin, in 1911 geboren in Oldendorf bij Hannover, die in 1929 naar Enschede kwam. Daar ontmoette ze haar man, Machiel Berfelo, die 44 jaar bij de Nijverheid als smid werkte. Sonja’s vader is kort na afloop van de oorlog overleden, van verdriet over de voorbije jaren.
    In 1942 voorvoelde haar moeder dat Joodse gezinnen het moeilijk zouden krijgen. De Duitse bezetters namen steeds meer maatregelen, die speciaal tegen Joden waren gericht. Vele Joden vluchtten, zochten elders een veilig heenkomen, anderen doken onder, ook de familie Wallega. Sonja: ‘Moeder vertelde het in de keuken, terwijl ze pannenkoeken bakte. We moesten vluchten, het huis aan de Kastanjestraat 10 zou verzegeld worden. De volgende dag, toen het nog donker was, haalde iemand ons op.’
    Zus Annie, die nog erg klein was, verhuisde naar Zeist. Dat hoorde de familie pas na de oorlog via het Rode Kruis. Vader, moeder en Sonja kwamen in Hengelo terecht. Steeds wanneer de situatie gevaarlijk was, verhuisden ze naar een ander adres. Sonja herinnert zich nog dat ze eens onderdak kreeg bij een familie die meer Joodse mensen in huis had: ‘Ik moest daar snel weg, want het werd er te gevaarlijk. Kort daarna werd in het huis een inval gedaan, alle Joden namen ze mee, nooit heb ik iemand teruggezien.’   
    Daarna woonde op één adres drie-en-een-half jaar aan de Leusveenweg 17 in Hengelo. ‘Ik speelde daar gewoon met de kinderen op straat. Maar ik had  wel een andere naam gekregen. Sonja Wallega was te Joods, dat was gevaarlijk. Ik heette toen Annie van Putten, Nederlandser kon het natuurlijk niet, en ik kwam uit Rotterdam, dat was me stevig ingeprent, want als ik me eens zou vergissen....... Het was er zo ingehamerd, dat ik op een gegeven moment mijn eigen naam was vergeten. De mensen bij ik was ondergedoken, noemde ik Oom en Tante.’
    Sonja herinnert zich als de dag van gisteren dat er in de oorlogsjaren nauwelijks brandstoffen waren. ‘De Leusveenweg in Hengelo was een klein, smal straatje en daarachter was de grote weg. Daar reden allemaal Duitse auto’s met kolen, briketten en turf. Elke dag maar weer. Alle kinderen uit de buurt liepen er achter aan om maar wat te krijgen, voor de kachel thuis. Op een dag zei Tante tegen mij: “Ik geef je een jute zak en vraag maar of je ook wat mag hebben.” Ik er ook heen. En ja, ik weet het nog heel goed, niemand kreeg wat, maar er was één soldaat, die beurde me op en ik mocht zoveel in de zak doen als ik kon dragen. Lang hebben mijn onderduikouders van mijn briketten en turf gestookt. Dat hebben ze later vaak verteld. De Duitsers hadden het eens moeten weten.’ Sonja, Annie en haar ouders hebben de oorlog overleefd. Maar veel familieleden zijn in Auschwitz omgekomen.
    Na de oorlog ging Sonja – ze was inmiddels twaalf – voor het eerst naar de lagere school, met haar zus Annie kwam ze in de eerste klas van de Eerste Prinseschool. Maar al snel bleek dat Annie niet kon meekomen, de Prinseschool was kennelijk te hoog gegrepen voor haar. Daarom besloten de ouders dat hun beide kinderen naar de Kortenaerschool zouden gaan, daar zou vooral Annie het een stuk makkelijker krijgen. Veel kan Sonja zich van dat jaar op de Prinseschool niet herinneren, wel dat het hoofd meneer Delcour was, een aardige man, vond ze.
    Zes jaar lang, van haar twaalfde tot haar achttiende jaar, volgde Sonja naast de lagere school de Joodse school in de klaslokalen van de Synagoge. De lessen werden buiten de schooltijden gegeven, op woensdag van twee tot vier uur en op zondagmorgen van tien tot twaalf uur. Sonja: ‘We leerden van alles: Hebreeuws lezen en schrijven, de Joodse geschiedenis, en over de verhalen van de Thora.’ De kinderen kregen les van de toenmalige voorzanger Lion Slagter, die van 1945 tot 1957 chazan van Enschede was. ‘Het was een aardige man, die heel mooi kon vertellen. Hij vertelde bijvoorbeeld de verhalen die bij de feestdagen hoorden.’ Toen ze achttien was, stopte Sonja met de Joodse lessen. ‘Ik vond het mooi geweest. Mijn ouders waren er niet blij mee, maar vonden het uiteindelijk toch wel goed.’





deValkenberg.nl