De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

11. Machines met menschenhersenen
Het was een groot feest, voor iedereen in de stad, zaterdag 12 september 1925. Zeshonderd jaar geleden had Enschede stadsrechten gekregen. Voor de kinderen van de Prinseschool en van alle andere lagere scholen, ruim zevenduizend in totaal, waren grootse festiviteiten georganiseerd. De kinderen van de eerste en tweede klassen werden in 23 autobussen en 56 Jan Pleziers naar de terreinen van de Brouwerij en het Schuttersveld gebracht. Daar konden de jongens en meisjes kiezen, of ze wilden hardlopen, zaklopen of hindernislopen, of dat ze liever wilden blokjesrapen, touwtrekken of mastklimmen. Op een nabijgelegen terrein – van de heer Zeggelt – werden verschillende vrije en orde-oefeningen uitgevoerd. De jongens voetbalden er, de meisjes speelden korfbalwedstrijden. De kinderen kregen ook nog een poppenkast te zien, maar ‘Het Japans dagvuurwerk voor deze kinderen ontstoken, heeft niet aan zijn verwachting beantwoord’, zo meldde het Gemeenteverslag over 1925.
    En er ging wel meer mis. Op het terrein van Rigtersbleek, waar het feest was voor de vijfde en zesdeklassers, was een ‘partij ondeugdelijke koek’ geleverd. Het verslag: ‘Daar deze koek verpakt was, viel het bij de uitdeeling niet op. Aan kinderen, die deze koek hadden ontvangen, is later opnieuw koek uitgereikt.’ De slotzin kan gemakkelijk aanleiding geven tot een brede lach: ‘De overgebleven koek is aan de beide ziekenhuizen en het Oude Mannen- en Vrouwenhuis geschonken.’ Het zal niet de ‘ondeugdelijke koek’ zijn geweest.
    De feestweek voor de gehele bevolking begon op vrijdag 28 augustus en werd op zaterdag 5 september afgesloten met een feest ten stadhuize. Op het programma stonden onder meer een winkelweek, concerten en een ‘historischen en folkloristischen optocht’. Burgemeester Edo Bergsma hield op zaterdag 5 september een begroetingsrede voor de vele gasten. Veel mensen hadden zich verkleed en beeldden mensen uit die in het verleden voor de ontwikkeling van de stad van groot belang waren geweest. Bergsma:
   
Wat zou er in die mannen, wier levende beeltenissen wij thans in ons midden zien, – wat zou er in hun hoofden en harten omgaan, indien zij zelf tot het aardsche leven teruggekeerd, in Enschede en zijn omtrek hun speurend oog latende weiden, konden zien, wat er van het oude, kleine, maar zijn eigen stempel dragend en meestentijds omhoogstrevend stedeke, gegroeid en geworden is.


Bisschop Jacob van Diest, die Enschede zes eeuwen terug de stadsrechten verleende, zou volgens de burgemeester het meest versteld staan:
       
De meerendeels woeste omgeving van de stad tot vruchtbaar land ontgonnen, het primitieve spinnen en weven verdwenen, het vlas vervangen door katoen, de nijverheid saamgebracht in grootsche gebouwen, gedreven door werktuigen van een vinding, die hem zouden doen denken, dat de machines met menschenhersenen waren toegerust, – de heide en de bosschen, die tot de stadsgracht reikten, vervangen door met tuinen en parken omzoomde, met lanen doorregen frissche woonwijken, – de wallen, de poorten en palisadeeringen, – de iedere nacht weggenomen bruggetjes over den Stadsgraven verdwenen en de nauwe, door hun engte en onbegaanbaarheid, de veiligheid tegen overvallen vermeerderende, maar den vreemdeling afschrikkende toegangswegen, verbreed, uitgezet, rechtgetrokken en geplaveid, den bezoeker als het ware noodend tot binnenkomen en verblijf.   

Maar de Bisschop zou ook nog wat terugvinden van wat hij zeshonderd jaar geleden zag. De weg tussen de Veldpoort en de Eschpoort (van Hengelosestraat tot Gronausestraat) lag nog steeds vrijwel op dezelfde plaats. De Walstraat, Haverstraat, Achterstraat (later Noorderhagen) en Achter ’t Hofje bestonden toen al. En ‘naar allen schijn zou de Bisschop in kerk en toren, nog steeds staande op dezelfde plaats als toen, gedeelten ontdekken indertijd door hem reeds met eigen oogen aanschouwd’. Volgens de burgemeester gaf een groot verleden geen recht tot vreugde, wanneer niet een krachtig heden was. Dat was aanwezig, vond hij.

    Enschede streeft voorwaarts, streeft omhoog, en de moeilijkheden waarmede alle
klassen der bevolking, de industrie, de Gemeente zelf geworsteld hebben, zij schijnen ons toe slechts te hebben gediend om de wilskracht te stalen, de energie te prikkelen, den wil om ter komen werken. [...] Wij hier aan ’s Lands zelfkant, wij weten, dat onze fabrieken behooren tot de beste in den lande en de vergelijking met het buitenland glansrijk kunnen doorstaan; dat onze arbeiders zijn de best geschoolde, onze fabrieksleiders kundig en ervaren als weinige; wij weten dat er hier niet geslapen wordt, dat men klaar wakker de kansen in het oog houdt.

De burgemeester sloot zijn lange toespraak af met de vaststelling, dat Enschede weliswaar eeuwenoud was, maar krachtig en sterk als een man in het beste van zijn jaren.





deValkenberg.nl