De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

13. De Prinseschool, te goeder naam en faam
In honderd jaar heeft de Prinseschool al vele namen gehad. De wisselingen waren meestal het gevolg van gewijzigde inzichten, bij de stadsbestuurders, bij de landsbestuurders. Het begon allemaal met een letter en een cijfer, er was een eerste en een tweede, even keerden de stadskoeien terug, maar de koninklijke naam bleef uiteindelijk.
    De geschiedenis van de schoolnaam begon in 1886, twee jaar nadat de gemeente Enschede was uitgebreid met een groot deel van de gemeente Lonneker en toen ook meer scholen telde. Het was een mooie aanleiding, vonden de blijde bestuurders, het openbaar lager onderwijs te reorganiseren. Bovendien was er aan de Brinkstraat, die toen nog Veenstraat heette, een nieuw gebouwde school van zeven lokalen gekomen, die op 1 augustus 1886 zou openen. Deze school bereidde leerlingen voor op het voortgezet onderwijs, dat zou worden gegeven aan de een maand later te openen School voor Nijverheid en Handel. De school kreeg een eervolle naam, de 1e Openbare Lagere School, de vroegere naam dus van de oude Stadsschool aan Achter ’t Hofje, die voortaan de 2de Openbare Lagere School heette. De vroegere openbare lagere school aan de Zuiderhagen, de Bloemendaalschool, werd nummer 3 op de lijst.
    In 1896 besloten de gemeentelijke vroede vaderen – om onnaspeurlijke redenen – de scholen die voorbereidden op verder onderwijs, niet langer met een cijfer aan te duiden. De Meisjesschool aan de Brinkstraat heette voortaan School A, de 1e Openbare Lagere School aan de Brinkstraat werd School B, en School C werd de nieuwe naam van de Bloemendaalschool. De overige openbare lagere scholen bleven genummerde scholen, verschil moest er natuurlijk zijn, je bent een voorbereidingsschool of niet.
    Geleidelijk groeide School B uit haar jasje aan de Brinkstraat. Besloten werd een filiaal te openen, eerst met drie klassen in de vroegere kartonnagefabriek op Hoog en Droog, daarna zou de school een eigen onderkomen krijgen in een geheel nieuw gebouw aan de Prinsestraat. En fantasierijk bestuurder – of was het een onderwijzer – besloten de beide scholen welluidende namen te geven, School B1 en School B2. Overigens houdt de Prinseschool deze naam in ere, ze prijkt gelukkig nog steeds in volle glorie op de gevel: Openb. Lagere School B2.
    Begin jaren dertig ondervond ook Enschede de gevolgen van de economische crisis, die – ingeluid door de Beurskrach van 1929 – ook in ons land leidde tot allerlei drastische bezuinigingen, die ook ambtenaren en het onderwijs troffen. De gemeente Enschede kende nogal wat boventallige leerkrachten, die de gemeente zelf betaalde, om te voorkomen dat de klassen te groot zouden worden en de kwaliteit van het onderwijs zou afnemen. Het Rijk vergoedde alleen de leerkrachten volgens een leerlingenschaal, die steeds ongunstiger werd. Hoe groter het aantal klassen, des te meer boventalligen hadden de scholen in dienst. De twaalfklassige School B2 werkte met twee en soms drie boventallige onderwijzers m/v. Op 22 augustus 1932 besloot de gemeenteraad de school te splitsen in twee scholen voor gewoon lager onderwijs in hetzelfde gebouw, gevestigd aan de Prinsestraat 10, School B2 met zes klassen, School B2bis met vijf klassen. Door de school te splitsen in twee scholen, kende geen van beide scholen nog boventallige onderwijzers.
    De scheiding werd gerealiseerd op 28 december 1932. Om het simpel te zeggen: het linker deel van de school was B2bis, later de Eerste Prinseschool, en in het rechter deel en op de verdieping huisde School B2. De leerlingen van B2bis gingen via de achteringang de school binnen, bij het schoolplein dus, de jongens en meisjes van School B2 mochten gebruik maken van de hoofdingang van de school aan de Prinsestraat, een voorrecht dat in latere jaren overigens verdween. In het gebouw werd de grens gecreëerd door kettingen, die in de gang werden bevestigd aan grote haken in de muren. Veel oud-leerlingen zullen zich deze maatregelen nog herinneren. De leerlingen van de latere Eerste Prinseschool speelden op het schoolplein aan de kant van de Kortenaerschool, de tweede aan de kant van het gymnastieklokaal, daartussen wandelden de onderwijzers en onderwijzeressen op hun gemakje heen en weer. Wee je gebeente als je de grens overstak. Overigens bleef deze scheiding vele jaren nog merkbaar, op het schoolplein speelden de jongens en meisjes van elke school apart met elkaar, ja zelfs kwam het zelfs soms tot een stevig knokpartijtje op het plein tussen de kennelijk rivaliserende scholen.
    Waarom de scholen pas in het begin van de Tweede Wereldoorlog hun nieuwe namen kregen – B2bis werd de Eerste en B2 de Tweede Prinseschool – is niet na te gaan. Ties Wiegman, auteur van een boek over de openbare lagere en kleuterscholen in Enschede en Lonneker tussen 1645 en 1985, meldt het droog en kortweg, zonder toelichting: ‘In 1940 werden de namen van de scholen gewijzigd in 1ste en 2de Prinseschool.’ Het lijkt er op, dat deze namen in de oorlog niet zijn gewijzigd, ook niet toen de Duitsers in september 1941 besloten dat namen van het Koninklijk Huis niet meer gebruikt mochten worden. Ook heeft de Prinsestraat voor zover bekend nooit anders geheten. Zou er voor straat en school een uitzondering zijn gemaakt? Per slot van rekening was de straat genoemd naar prins Hendrik, een Duitser, en Juliana was getrouwd met een Duitse. De naam van de Wilhelminastraat werd op last van de Duitsers wel vervangen en heeft van 10 februari 1942 tot 3 augustus 1945 De Heurne geheten.
    Jarenlang beleefden beide scholen mooie jaren samen, ook al waren ze ‘anders’. De Eerste Prinseschool was in de ogen van velen nog meer een eliteschool dan de Tweede Prinseschool, een subjectieve conclusie, want anderen meenden dat op de Tweede Prinseschool meer ‘kak’ zat dan op de Eerste. Daarin kwam in het begin van de jaren zestig een kentering, of liever gezegd een einde, want de Eerste Prinseschool werd in 1963 opgeheven, wegens gebrek aan leerlingen, veroorzaakt door de ontvolking van de binnenstad. De ontwikkelingen in het centrum vereisten afbraak van woningen, soms rijen woningen, om ruimte te maken voor nieuwbouw. Er woonden steeds minder jonge mensen in de binnenstad, jarenlang de bron waaruit de beide Prinsescholen dronken. Het leerlingental van de Eerste Prinseschool liep aanmerkelijk terug. Waren er in 1960 gemiddeld 208 leerlingen op de school, in 1963 was dat teruggelopen tot 97.
    Op 26 juni 1963 berichtte Het Vrije Volk, onder de kop ‘Eerste Prinseschool wordt opgeheven’, dat de gemeenteraad de volgende week een besluit zou nemen over de toekomst van de school. Al vanaf augustus 1961 kon in de Prinseschool geen eerste klas meer worden gevormd. Dat betekende dat de school in het schooljaar 1963-1964 alleen nog maar een derde, vierde en vijfde klas zou hebben. Ook de Zeggeltschool had problemen. Beide scholen hadden te weinig leerlingen, ze zaten beneden het wettelijke minimum van 125 leerlingen. In het belang van beide scholen meende het gemeentebestuur maatregelen te moeten nemen. De Eerste Prinseschool moest worden opgeheven met ingang van 19 augustus 1963. De bestaande klassen van de Prinseschool werden in de Zeggeltschool opgenomen. O, verschillende redenen was het echter wenselijk dat de bestaande klassen de komende jaren nog in hun vertrouwde omgeving zouden blijven. Het hoofd van de school E.J. Fokkens, werd hoofd van de Zeggeltschool. Aan de Prinsestraat stond voortaan de Prinseschool.

Een straat voor prins Hendrik

 

Toen School B2 in 1913 werd geopend, lag de toekomstige naam van de school voor de hand, want de straat heette sinds 19 februari 1907 al de Prinsestraat. Naamgever was prins Hendrik, de gemaal van koningin Wilhelmina. Dat was niet verwonderlijk in deze koninklijke omgeving, waar koningin-moeder Emma al was vernoemd, de Emmastraat. Bovendien waren twee zijstraten genoemd naar haar vorstenhuis Waldeck-Pyrmont, de Waldeckstraat en de Pyrmontstraat. De school kon niet de Prins Hendrikschool heten, want de gemeente Lonneker kende al sinds 1903 een Prins Hendriksschool.


De Prinsestraat werd pas in 1921 een echte straat, hoewel Burgemeester en Wethouders dat helemaal niet van plan waren geweest. Het college had de gemeenteraad een plan gepresenteerd voor het herbestraten van de Emmastraat. Maar de raad besliste anders, de Prinsestraat kreeg de voorkeur, de Emmastraat moest maar even wachten. In het verslag van de gemeenteraadsvergadering schreef Tubantia op 26 april 1921 bemoedigend:

Nogmaals, arme Emmastraters! Met blijde gezichten hebt ge den grooten hoop vierkante keien in de weide tegenover de Nieuwstraat aanschouwd, die ’n einde zouden maken aan den onhoudbaren toestand der straat. Zult ge dien hoop weer zien wegbrengen of zal hij er blijven liggen? ’t Laatste is niet onmogelijk, want men kreeg den indruk, dat trots alles, toch de Emmastraat verbeterd zal worden, al zal het ook wat later geschieden.

De Emmastraat hoefde niet al te lang te wachten. Want op 19 januari 1922 bracht Tubantia het nieuwtje dat bij de bestratingswerkzaamheden in de Emmastraat die ochtend tussen de keien een verkleumde vlinder, een dagpauwoog, was ontdekt. ’Wel jammer, dat zoo’n mooie lentebode thans zulk een kort leven is beschoren’, treurde de redacteur.





deValkenberg.nl