De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

   

Jan van Dongen

Jan van Dongen 1896-1973, kerkarchitect

Kerkarchitect Johannes Gerardina Antonius (Jan) van Dongen werd op 1 maart 1896 in Breda geboren. Zijn vader was Waltherus Johannes van Dongen (Breda, 1864-Breda, 1941), smid en rijwielhandelaar, zijn moeder Magtilda Maria Raijmakers (Breda, 1862-Breda, 1905). Jan van Dongen trouwde op 28 november 1923 met Adriana Cornelia Roovers (Breda, 1895 – Apeldoorn, 1954). Het echtpaar kreeg drie kinderen. Jan van Dongen overleed op 20 januari 1973 in Apeldoorn.

De Boschstraat in Breda, waar Jan van Dongen in 1896 werd geboren, was en is nog steeds een belangrijke weg voor het verkeer van de binnenstad naar het station. Het was rond de vorige eeuwwisseling een straat waar veel winkeliers en kleine ondernemers hun brood verdienden. Het was ook een straat met veel gangen, poorten, slopjes en stegen, waar arbeiders woonden, in vaak erbarmelijke omstandigheden. Jans vader en moeder dreven aan de Boschstraat 34 een winkel, eerst een smederij, later een rijwielhandel. Toen de auto een plaats kreeg in het verkeersbeeld, werd vader directeur van een garagebedrijf. Een oom van Jan was J.A. van Dongen, een vooral in Breda bekende architect, die in die jaren de handen vol had aan de stadsuitbreiding.

Na zijn lagere school volgde Jan een opleiding aan de Ambachtsschool in Breda. Op 31 maart 1913 kreeg hij zijn getuigschrift ‘den 3-jarigen cursus voor leerling-timmerman’, die hij ‘met vrucht’ had doorlopen. Zijn prestaties waren lovenswaardig: drie keer ‘uitmuntend’, en één keer ‘zeer goed’ voor vaktekenen. Het was zijn oom Jan die hem inspireerde en warm maakte voor de bouwwereld. In zijn diensttijd volgde Jan een schriftelijke cursus voor bouwkundig opzichter. Zijn oom gaf zijn leergierige neef in 1917 en 1918 een stageplaats op zijn architectenbureau. Om meer ervaring op te doen, verhuisde Jan in 1919 naar Amsterdam, waar hij een baan had gekregen als opzichter-tekenaar van de afdeling Bouwkunde van de gemeente. Zijn vrije tijd ging op aan de studie bouwkunde. Afgestudeerd als architect keerde hij naar Brabant terug, waar hij als bouwkundig tekenaar in Ginneken woonde, een dorp dat later werd ingelijfd door Breda.

Jan van Dongen vormde begin jaren twintig met zijn oom Jan van Dongen sr een associatie. Hij ontdekte snel dat de tijd rijp was voor een nieuwe, modernere vormentaal, die sprak uit zijn eerste ontwerpen voor enkele villa’s en landhuizen in Breda en omgeving. Jan jr was één van de veelbelovende jonge architecten die door de Apeldoornse bouwpastoor A.T. Uyttewaal werd uitgenodigd ideeën te presenteren voor een nieuwe kerk in Apeldoorn. Het kerkbestuur had ruim vier hectare heidegrond gekocht, met ‘een kleine boerenbehuizing’. Op deze heidevelden langs de weg naar Arnhem moest voor de nieuwe woonwijk Apeldoorn-Zuid die hier in ontwikkeling was, een ‘centrum van katholicisme’ komen. ‘Mijn ideaal was’, zo schreef de pastoor in 1924 in zijn kroniek, ‘een eenvoudig, soliede, practische kerk, waarin het hoofdaltaar in alles en voor allen het centrale punt moet zijn, “christocentrisch”, dus de gelovigen niet te ver hiervan verwijderd, voor allen onbelemmerd uitzicht op altaar en preekstoel’.

Zijn aandacht werd getrokken door het ontwerp van ‘een bekwaam en kundig architect, Jan van Dongen, uit Breda, die – zo schreef hij in zijn dagkroniek – ‘bij nadere kennismaking, bleek vereenigd te hebben in één mooie ziel kunstzin en bekwaamheid’. Van Dongens ontwerp presenteerde de optimale vertaling van de gedachten over de centrale plaats van Christus in de kerk – het was de eerste pilaarloze kerk in Nederland. De kerk is tot rijksmonument verklaard, als een goed en gaaf bewaard voorbeeld van ‘een kerkgebouw, gebouwd in een expressionistische, op de Amsterdamse School gelijkende stijl, met een strakke en eenvoudig uitgevoerde ornamentiek’. Deze mening zou Van Dongen zeker niet gedeeld hebben, want hij kon zich beter vinden in de criticus die sprak over ‘een baksteenarchitectuur zonder de gewilde vormen van de Amsterdamse School’.

Overigens was het eerste ontwerp van Jan van Dongen voor de nieuwe kerk in Apeldoorn-Zuid, gewijd aan de HH Fabianus & Sebastianus, afgekeurd door de aartsbisschop mgr. Henricus van de Wetering. Het was ‘te ongewoon’. Van Dongen had een schip bedacht in de vorm van een trapezium, met een rij van acht steeds hoger wordende pannendaken met een klokkentoren die alleen uit pannendaken bestond. Zijn tweede ontwerp was minder vernieuwend, maar in de ogen van velen nogal ‘ongewoon’ met het reusachtige zadeldak, de karakteristieke boogvormen, de voor Van Dongen zo kenmerkende vlakke muren met boogvensters, en een ijzeren klokkentorentje, dat in vakkringen nogal wat kritiek kreeg. Het was al te zeer om de vorm gebouwd, ‘geen dakje, geen klokkenstoeltje, ook niet .....(toch)....... om het kruisje te dragen’.

In zijn verdere carrière bouwde Jan van Dongen in zijn woonplaats Apeldoorn diverse kerkelijke gebouwen. De Broeders Penitenten, die zich in Apeldoorn hadden gevestigd en in de Sint Jozefstichting zwakzinnigen verzorgden, lieten in 1938 hun kapel bouwen, naar een ontwerp van Jan van Dongen. Vooral in deze kapel zijn opvattingen van de Delftse School te herkennen. Naast een flink priesterkoor wilden ze een ruim middenschip, dat uitsluitend bestemd was voor patiënten. Er moesten afzonderlijke kapellen komen voor bezoekers en broeders, ‘terwijl visueel contact tussen middenschip en kapellen tot een minimum moest worden beperkt’. Zijn tweede kerk in Apeldoorn was de Theresiakerk, die op 30 april 1940 plechtig werd geconsacreerd door aartsbisschop De Jong. In de Tweede Oorlog bouwde Van Dongen met een groep vrienden de H. Geestkapel in Assel voor katholieken in Assel en Kootwijk voor wie de kerken in Apeldoorn op twaalf, dertien kilometer afstand lagen. In Gelderland staan in diverse plaatsen kerken van Jan van Dongen: de Sint Janskerk in Wageningen, de Sint Helenakerk in Aalten, de Sint Salvatorkerk in Veenendaal, de Sint Bernulphuskerk in Oosterbeek en de Sint Franciscuskerk in Nunspeet. Buiten Gelderland bouwde hij kerken in Breda, Steenwijksmoer, Assen, Emmen, Stadskanaal, Bentelo en Odijk.

Jan van Dongen was zeer gelovig. Broeder Alexander van de Broeders Penitenten, die jarenlang met Van Dongen had samengewerkt, omschreef hem als ‘een godsdienstige, een vrome man. Hij bad veel, leefde eigenlijk als een geestelijke. Hij brevierde elke dag, in zijn tuin, en verhaalde daar ook over’. Jan zei dan: ‘Ik moet nog even met ons Lieve Heertje praten.’ Als kerkarchitect had hij een zekere naam opgebouwd in Nederland. In zijn eerste ontwerpen voor katholieke kerken toonde hij een duidelijke vooruitstrevendheid, langzamerhand leek het vernieuwende in zijn ontwerpen te verflauwen en te evolueren in een bezonnen behoudendheid. Er is verondersteld dat de jonge kerkvernieuwers als Van Dongen in de jaren dertig als het ware werden teruggefloten door overheersende leiders van het traditionalisme als Kropholler en Granpré Molière en ook dat zij zich steeds meer moesten onderwerpen aan voorschriften van de hoogste kerkvorsten en de steeds minder florissante economische ontwikkelingen.

Omdat hij op de christelijke Veluwe weinig contacten had met katholieke architecten, was Jan van Dongen lid geworden van de Algemeene Katholieke Kunstenaars Vereeniging (AKKV), die in 1922 was opgericht. Het was een standsorganisatie van katholieke kunstenaars die probeerden de kunst en de beoefening daarvan in overeenstemming te brengen met de katholieke levensbeschouwing en ook dienstbaar te maken aan de eredienst van de kerk. In het AKKV ontmoette hij geestelijken en architecten uit het gehele land. Vrij kort nadat hij lid was geworden, werd hij gekozen tot ondervoorzitter van de vakgroep bouwkunst. De AKKV trok vooral de aandacht door de Paasconferenties in de jaren tussen 1932 en 1941, toen clerici en kunstenaars en vooral architecten van de Delftse School drie dagen lang bijeen kwamen en discussieerden over kerkelijke kunst, met het doel te komen tot een christelijke kunst.

Regelmatig publiceerde Jan van Dongen niet alleen over kerkenbouw, maar ook over woningbouw, vooral in vakbladen. Hij was redacteur van het tijdschrift Van Bouwen en Sieren, het orgaan van de vakgroepen bouwkunde en beeldende kunsten van de AKKV. Ook verschenen bijdragen van zijn hand in het R.K.Bouwblad, dat later Katholiek Bouwblad ging heten. In de jaren vóór de Tweede Wereldoorlog was Jan van Dongen een veelgevraagd spreker. Zo werd hem als 31-jarige architect met twee bijzondere kerken op zijn naam – in Apeldoorn en Breda – gevraagd een inleiding te houden in het kader van de XIde Liturgische Week in Averode, waar hij ‘verbijsterd was over de geleerdheid en kennis’ van de aanwezigen. Hij vertelde de toehoorders, voornamelijk vertegenwoordigers van de clerus, aan welke eisen een katholieke kerk moest voldoen. Het zwaartepunt van een katholieke kerk was volgens hem bepaald in Christus, ‘derhalve zal de allesheerschende plaats in een R.K.kerkgebouw moeten worden ingenomen door de plaats waar het H. Misoffer en de handeling welke Christus tot ons doet komen, wordt opgedragen, en de werkelijke verblijfplaats van Christus, het tabernakel.

Jan van Dongen overleed op 20 januari 1973. De uitvaartmis was drie dagen later, in de H. Geestkapel in Assel. De kerk was afgeladen, zo vol dat broer Koos, die de H. Mis celebreerde, zei toen er geen hosties meer waren: ‘Het spijt me, Onze Lieve Heer is op’. Op het bidprentje stond: ‘Zoals hij heeft geleefd, zo is hij ook gestorven, eenvoudig en zorgvuldig, verstandig en hartelijk. [...] In warme verbondenheid met God was hij een bekwame bouwer aan de wereld en zichzelf.’   

 

Bron
Wim H. Nijhof, Een toren zo hoog als de hemel. Jan van Dongen (1896-1973), bouwer van kerken, kloosters en kapellen, Apeldoorn 2005. 

 





deValkenberg.nl