De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 
hondekolk

Het geboortehuis van Jan van Heek, aan de Hondekolk in Enschede, tegenwoordig De Heurne. De familie verkocht het huis in het begin van de twintigste eeuw aan de socialistische coöperatie Tot steun in den strijd. Tegenwoordig is er een modezaak gevestigd.


vheekshuis

Jan van Heek groeide op in het Van Heekshuis achter de Grote Kerk in Enschede. Na de Tweede Wereldoorlog was hier de Openbare Leeszaal en Blbliotheek gevestigd.
 

roessingh

Meer dan dertig jaar woonde Jan van Heek op het landgoed ’t Roessingh in Enschede. In 1944 verhuisde de familie naar Huis Bergh. ’t Roessingh is enkele jaren geleden afgebroken.


heijenbrock

De schilder Herman Heijenbrock schilderde in 1915 dit panorama van de textielstad Enschede.

 
duccio

Het topstuk van de kunstverzameling van Jan van Heek in Huis Bergh is nog steeds de Engel van Duccio. Het is een paneeltje van 26 x 17 cm, een deeltje van het beroemde altaarstuk dat de kunstenaar in het begin van de veertiende eeuw maakte voor de Dom in Siena.

Kunst, Katoen en Kastelen

J.H. van Heek (1873-1957)

Jan van Heek (1873-1957) was een vooraanstaand textielfabrikant in Enschede. Daarnaast genoot hij internationaal aanzien als een gepassioneerd verzamelaar van laatmiddeleeuwse kunst. Zijn liefde voor middeleeuwse kastelen en kerken leefde hij niet alleen uit als kasteelheer van Huis Bergh in ’s Heerenberg, maar ook zette hij zich in voor het behoud van deze waardevolle monumenten. 
Hij werd op 20 oktober 1873 geboren in Enschede, als vijfde zoon van Gerrit Jan van Heek, firmant van Van Heek & Co., een vooraanstaand fabrikant in de stad. Jan’s moeder was Christine Meier, de tweede echtgenote van Gerrit Jan, die zijn eerste vrouw Julia Blijdenstein al vroeg had moeten verliezen. 

Rigtersbleek
In zijn jonge jaren reisde Jan de wereld rond, om zakelijke contacten te leggen, maar ook om andere landen en hun cultuur te leren kennen. Geheel volgens de tradities in de Twentse textiel was Jan van Heek voorbestemd een katoenfabriek te gaan leiden. Na zijn Enschedese schooljaren liep Jan praktijkstages in textielfabrieken in Lancashire in Engeland, waar hij kennismaakte met de modernste technologie voor spinnen en weven. Samen met zijn vader stichtte hij een nieuwe fabriek, G.J. van Heek & Zonen, Rigtersbleek, die was ontworpen door de Engelse architect Sidney Stott. Deze had een nieuw concept voor een textielfabriek ontwikkeld, de Lancashire Mill, waarmee hij Enschede en Nederland een primeur bezorgde. In 1897, kort na Jan’s 24ste verjaardag, draaiden de machines op volle toeren. Na enkele moeilijke aanloopjaren groeide Rigtersbleek snel uit tot één van de grootste textielbedrijven in Nederland. 

Sociale strijd
In het begin van de twintigste eeuw ontbrandde ook in Twente de strijd tussen arbeid en kapitaal in alle hevigheid. Vierduizend arbeiders werden in 1902 werkloos, toen Van Heek & Co. en Rigtersbleek en later ook de andere fabrieken in de stad de poorten sloten. Binnen de Fabrikanten Vereeniging Enschede werd namelijk het zogenoemde Twentse Stelsel toegepast: wanneer één of meer fabrikanten te maken kregen met stakende arbeiders, kozen de anderen partij en zetten hun machines ook stil. Jan van Heek, die het onterecht vond dat de goeden onder de kwaden moesten lijden, werd na de tweede grote Twentse textielstaking van 1923-1924 (zesduizend stakers) een felle tegenstander van het Twentse Stelsel en bedankte als lid van de FVE. In 1931-1932 toen wederom een staking heel Enschede platlegde en zestienduizend arbeiders in Twente en de Achterhoek op straat stonden, werkte Rigtersbleek gewoon door. 

Oorlogen
Twee wereldoorlogen beleefde Jan van Heek. In de Eerste Wereldoorlog maakte hij zich verdienstelijk als tweede luitenant van de Vrijwillige Landstorm. Met tal van stadgenoten verzorgde hij Belgische vluchtelingen en de duizenden krijgsgevangenen van vele nationaliteiten die na de oorlog door Enschede trokken. De ontwikkelingen in Duitsland baarden Jan grote zorgen. De jaren na de ineenstorting van het Duitse Rijk in 1918 waren volgens hem verschrikkelijker geweest dan de oorlog zelf. De oorzaak van de grote ellende was in zijn ogen het Verdrag van Versailles.

Adolf Hitler
In de jaren dertig kreeg Van Heek evenals vele andere landgenoten steeds meer het idee dat de Nederlandse parlementaire democratie niet meer naar behoren functioneerde. Die ontevredenheid, de afkeer van de socialisten en de angst voor het uit het oosten aanstormende communisme waren voor velen drijfveren om de ideeën van de nationaal-socialisten te begrijpen, zo niet te waarderen. Daarom voelde ook Jan van Heek voor ‘de nationaal-socialistische ideeën in Nederland, die voor onze vaderlandsche waarden en tradities opkwamen’, zoals hij in de oorlogsjaren zou schrijven. 
Ondanks zijn aanvankelijke waardering voor het nationaal-socialisme en voor Adolf Hitler – hij had toch maar in korte tijd de werkloosheid in Duitsland sterk teruggedrongen – groeide bij Van Heek langzaam aan een zekere afkeer, niet eens zozeer tegen het nationaal-socialisme als beweging, maar tegen het antisemitisme van de nazi’s die hun macht misbruikten. Met name het optreden tegen de joden keurde Van Heek af. Hij schreef vol afschuw in zijn dagboek over de Reichskristallnacht van 9 op 10 november 1938. Het nationaal-socialisme had zich volgens Van Heek van zijn slechtste kant doen zien. De jodenmoord had Jan van Heek de ogen geopend. 

Joden
In de Tweede Wereldoorlog spande Van Heek zich in voor de Enschedese joden. Hij speelde een belangrijke rol in de zogenoemde arisering van enkele door joden geleide textielfabrieken: joden moesten hun directiepost en het bedrijf verlaten. Toen Van Heek werd benaderd om een geldinzameling op touw te zetten om joodse onderduikers eten en kleding te kunnen geven, hoefde hij geen moment na te denken. Op zijn initiatief brachten Enschedese textielfabrikanten bijna een kwart miljoen gulden bijeen en mede door deze geldelijke steun overleefden 550 van de ongeveer 1.300 joden in Enschede de oorlog. 

Pleitbezorger
In de crisisjaren dertig was Jan van Heek de spreekbuis en pleitbezorger voor de Twentse textielindustrie. Zijn invloed berustte op zijn financieel-economische kennis en belangstelling en zijn vooruitziende blik, want hij had de problemen zien aankomen. Vooral de krachtige concurrentie van Japan op de belangrijkste Twentse afzetmarkt, Nederlands-Indië, was de oorzaak. Van Heek zocht voor zijn ideeën steun bij de media en bepleitte samen met collega’s de belangen van de Twentse textiel in Den Haag. Hij boekte succes: de regering voerde voor Nederlands-Indië een contingentering voor de invoer van katoenproducten in, zodat de Twentse textiel weer wat ruimte kreeg. Samen met andere ondernemers drong Van Heek bij Hendrikus Colijn aan op devaluatie van de gulden, zodat de industrie in ons land de concurrentie kon blijven aangaan met andere landen die de goudwaarde van hun valuta wel hadden verlaagd.

Van firma naar NV
De slechte resultaten in de crisisjaren leidden tot belangrijke veranderingen in de organisatiestructuur van diverse textielbedrijven. Op 1 januari 1935 werden de firma’s Van Heek & Co en G.J. van Heek & Zonen (Rigtersbleek) omgezet in een naamloze vennootschap. Jan van Heek had vanaf 1 januari 1935 in Enschede drie belangrijke functies bij Van Heekbedrijven: gedelegeerd commissaris van Rigtersbleek, commissaris van de Boekelosche Stoombleekerij en president-commissaris van Van Heek & Co. Hij was nu de machtigste man in de Twentse textielindustrie, dé textieltycoon zoals zijn vader dat in zijn tijd was. 

Teloorgang textiel
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de Twentse textielindustrie het zwaar te verduren. De resultaten liepen sterk terug, vooral in de eerste helft van de jaren vijftig. Samenwerking en concentratie waren volgens deskundigen de beste remedie. Maar Jan van Heek hield vast aan zijn eigen koers, geleid door een veel te optimistische kijk op de ontwikkelingen in de textielindustrie. Zijn behoudende opvattingen en zijn herhaald verwoorde verwachting dat de Twentse textielindustrie weer gezond zou worden, zoals al vaker was gebeurd, stonden uiteindelijk het voortbestaan van Van Heek & Co. en Rigtersbleek in de weg. Beide bedrijven redden het niet, ze moesten in 1967 de poorten sluiten, later volgden andere. Enschede, één van de grootste steden van Nederland, verviel in armoede en werkloosheid en is heden ten dage nog steeds de armste stad van Nederland. 

Kunst
Omstreeks 1910, toen hij de veertig naderde en nog steeds vrijgezel was, besloot Jan van Heek zijn leven anders in te richten. Hij kocht het kasteel Huis Bergh in ’s Heerenberg. Hij wist toen nog niet dat hij een jaar later de bijna twintig jaar jongere Annetje van Wulfften Palthe zou ontmoeten, met wie hij in de zomer van 1913 trouwde. Ze gingen wonen op het kleine landgoed ’t Roessingh aan de buitenkant van Enschede.
In de volgende jaren restaureerden Jan en Annetje hun ‘tweede huis’ in de Liemers. Om de wanden van zijn kasteel op te sieren kocht Van Heek in de oorlogsjaren enkele schilderijen uit de late middeleeuwen, om het middeleeuwse kasteel in een passende sfeer brengen. Geleidelijk raakte hij in de ban van laat-middeleeuwse schilderijen en vooral ook van oude handschriften. In 1919 kocht hij voor 260.000 gulden de schilderijencollectie van de recent overleden kunstenaar en verzamelaar Friedrich Wilhelm Mengelberg. Daarna breidde hij zijn verzameling gestaag uit door aankopen in Nederlandse en buitenlandse kunsthandels. Voor het samenstellen van zijn uiteindelijk voor Nederland unieke particuliere collectie van laatmiddeleeuwse kunst had Van Heek regelmatig contact met diverse deskundigen in binnen- en buitenland. Hij veroverde langzaam maar zeker een plaats in de kleine groep verzamelaars die in het interbellum van Nederland een internationaal centrum maakte van de handel in en het verzamelen van vroeg-Italiaanse kunst. Tot dat internationale netwerk van verzamelaars en handelaren behoorden onder anderen ook zijn landgenoten Jacques Goudstikker, Otto Lanz en Fritz Mannheimer. 

Museum
Van 1930 tot 1956 was Jan van Heek honorair directeur van het met familiekapitaal gestichte Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Zijn verzamelbeleid was vooral gericht op kunst uit de late middeleeuwen en de historie van Twente. Dat was tot groot ongenoegen van Haagse bestuurders en ambtenaren die vergeefs aandrongen op een museaal beleid dat mikte op een breder aanbod, dus naast de late middeleeuwen ook andere belangrijke kunstperioden. Maar koppig en halsstarrig bleef Van Heek zijn eigen koers varen.

Kastelen en kerken 
De bouwkunst was voor Jan van Heek de ‘grondlegster van de middeleeuwse kunsten’. Daarom zette hij zich – zeker toen hij zelf kasteelbezitter was – vol overgave in voor het behoud van deze historische monumenten. Hij bracht restauraties op gang en ondersteunde ze gulhartig, uit eigen beurs, of met gelden van de Stichting Edwina van Heek, die hij kort na het overlijden van Edwina, de weduwe van zijn broer Bernard, oprichtte. 
In de nacht van 14 op 15 maart 1939 brandde zijn Huis Bergh af. Veel kunstwerken waren in vlammen opgegaan. Het kasteel werd grotendeels herbouwd in de laatmiddeleeuwse vorm, buiten en binnen. Van Heek redde niet alleen zijn eigen kasteel van de ondergang, maar ook de Doornenburg en het kasteel Hernen bij Wijchen. Op diverse plaatsen entameerde hij restauraties van middeleeuwse kerken, zelfs in Londen – de kerk voor buitenlandse protestanten Austin Friars kreeg een gebrandschilderd raam van Nederlandse vrienden – en in het Duitse grensgebied waar de door geallieerde bommen zwaar getroffen St. Vituskerk dank zij vooral Jan van Heek weer in al haar historische glorie bovenop de Eltenberg prijkt. 

Stichtingen
Maar ‘behoud’ betekende voor Van Heek ook de regeling van zeggenschap. Aanvankelijk had hij het idee de Grafelijke Bezitting Bergh – met kasteel, archief, schilderijen en inboedel – aan de provincie Gelderland of de staat over te dragen, ‘ten algemenen nutte als historisch en natuurmonument’. Maar naderhand kwam hij tot andere inzichten en in de jaren dertig stond hij aan de basis van het oprichten van aparte stichtingen om de kastelen de Doornenburg en Hernen te beheren. Ook maakte hij daartoe zelf daartoe plannen. Op 5 april 1946 passeerde de oprichtingsakte van de Stichting Huis Bergh. In de jaren daarna adviseerde hij anderen een stichting op te richten, zodat hun kasteel of huis – Huis Doorn waar Kaiser Wilhelm II woonde, Singraven in Denekamp en het kasteel Twickel in Delden – niet in handen zou vallen van de staat, de grote ‘slokop’ volgens hem.

Eredoctoraat
In de jaren vijftig, toen hij de tachtig passeerde, hebben velen Jan van Heek gedecoreerd. De onderscheidingen brachten hem in verlegenheid, maar streelden ook zijn ijdelheid. In 1946 was hij bevorderd tot grootofficier in de Orde van Oranje Nassau. Op 27 juni 1950 reikte prins Bernhard de Zilveren Anjer van het Prins Bernhard Cultuurfonds uit, Van Heek was één van de eerste vier dragers van deze onderscheiding. Verguld was hij vooral met zijn benoeming tot doctor honoris causa aan de Universiteit van Amsterdam. Bij zijn erepromotie in 1952 werd zijn verzameling middeleeuwse kunst één van de belangrijkste, zo niet dé belangrijkste particuliere verzameling in Nederland genoemd. In het voorjaar van 1954 kreeg een statuette van hem: Jan van Heek met zijn onafscheidelijke schetsboek – gebeeldhouwd door Titus Leeser – een ereplaats in het Rijksmuseum Twenthe. Jan van Heek overleed op 25 januari 1957. Het Algemeen Handelsblad kopte: ‘Liefde voor natuur, kunst en verleden drong de textielfabrikant naar de tweede plaats.’

 

 





deValkenberg.nl