De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

anton

Anton Kröller

helene

Helene Kröller-Müller

hubertus

Het Jachthuis Sint Hubertus in het Nationale Park De Hoge Veluwe.

Foto’s Anton Kröller en Helene Kröller-Müller:
Archief Kröller-Müller Museum
Foto Jachthuis Sint Hubertus: Peter Eleveld, Apeldoorn

Miljoenen, macht en meesterwerken

Anton Kröller (1862-1941)
Helene Kröller-Müller (1869-1939)

Miljoenen, macht en meesterwerken is de titel van een documentaire met biografische schetsen uit het leven van Anton Kröller (1862-1971) en Helene Kröller-Müller (1869-1939). De auteur van het boek, de publicist Wim H. Nijhof, besteedt uitvoerig aandacht aan het leven en werken van het echtpaar Kröller-Müller. Hij richt de schijnwerper speciaal op de geschiedenis van Müller & Co. en de rol van Anton Kröller als ondernemer, als adviseur van de regering voor de buitenlandse handel in de Eerste Wereldoorlog en als medeoprichter van KLM en Hoogovens. In de laatste jaren van de negentiende eeuw, wanneer technische ontwikkelingen veel havenarbeiders werkloos dreigen te maken, moet Kröller enkele keren als een keiharde stakingsbreker optreden, daarbij geholpen door militairen. Dat hoge bomen veel wind vangen, heeft Kröller juist in de succesvolle jaren tien van de vorige eeuw ondervonden. Velen betichten hem van Deutschfreundlichkeit, zijn vrouw Helene, met wie hij in 1888 is getrouwd, is een Duitse, hij heeft zelf Duitse voorouders en hij heeft veel zakelijke banden met vooral de staalindustrie in het Ruhrgebiet. De sociaaldemocraten in de Tweede Kamer en de SDAP schilderen hem af als OW-er (oorlogswinstmaker), Albert Hahn tekent in De Notenkraker in 1917 een veelzeggende spotprent.

Anton Kröller en zijn vrouw Helene worden in het begin van de twintigste eeuw de enige vennoten van Wm.H. Müller & Co., een onderneming die is opgericht door de vader van Helene. Het hoofdkantoor is in Rotterdam gevestigd. Al snel blijkt het grote ondernemerstalent van de jonge Anton Kröller die op zijn achttiende, direct na de HBS, als volontair bij Müller & Co. is begonnen. Met name in de jaren tien – zeker in de Eerste Wereldoorlog – heeft Müller & Co. miljoenen winst gemaakt. De Kröllers behoren tot de rijkste families in Nederland. Op de Veluwe kopen ze ruim zesduizend hectare bos en hei, voor de jacht en om er lange ritten te paard te maken. Helene Kröller-Müller vergaart een kunstcollectie van ruim vijfduizend werken, waaronder bijna driehonderd schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh. Nederlands bekendste architect H.P. Berlage krijgt van het echtpaar opdracht het Jachthuis Sint Hubertus te bouwen, dat in 1920 klaar is.

Het museum van Helene
Als Helene tegen de veertig loopt en de kinderen hun eigen weg zijn gegaan, begint zij zich – mede door de lessen van kunstdocent Henk Bremmer – te interesseren voor de beeldende kunsten. In haar in omvang en kwaliteit groeiende verzameling heeft Vincent van Gogh de hoofdrol. Ze vat het idee op voor haar kunstwerken een museum te bouwen. Pogingen om met Berlage of met andere architecten als Peter Behrens en Ludwig Mies van der Rohe in de duinen bij Wassenaar een museumhuis te bouwen waarin het echtpaar te midden van hun kunstwerken kan wonen, mislukken. De Belgische architect Henry van de Velde ontvangt in 1920 de opdracht een museum te ontwerpen dat gebouwd moet worden op de Franse Berg, midden in de Hoge Veluwe, het landgoed van de Kröllers. Het wordt volgens de ontwerpen een imposant museum, ingegraven in de heuvel.

Maar dat plan kan nooit worden gerealiseerd, de crisisjaren brengen Müller & Co. in ernstige financiële problemen, geld voor een museum van vele miljoenen is er niet. De groeiende schuldenlast van het bedrijf noopt de Kröllers maatregelen te nemen, hun schilderijencollectie, hun park en hun jachthuis dreigen opgeofferd te moeten worden om de schulden weg te werken. Maar dat strookt niet met de plannen van het echtpaar, dat in 1911 al heeft besloten dat alles wat ze bouwen en verzamelen later voor de gemeenschap zal zijn. Gelukkig komt de staat te hulp, de collectie wordt in een aparte stichting ondergebracht en daarna ook het park en het jachthuis, in de stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Deze stichting heeft in 2005 het zeventigjarige bestaan gevierd. In 1938 wordt het eerste deel van het huidige Kröller-Müller Museum geopend, dat is gebouwd naar een ontwerp van Henry van de Velde, die ook de uitbreiding in de jaren vijftig heeft gerealiseerd.

Petites histoires en tijdsbeelden
Het levensverhaal van Anton en Helene Kröller-Müller is opgebouwd uit vele ‘petites histoires' en tijdsbeelden, om de ontwikkelingen in de juiste context te kunnen beoordelen. De auteur schildert bij voorbeeld de ontwikkelingen in de haven van Rotterdam, waarin Müller & Co. een hoofdrol speelt. Uitvoerig tekent hij een beeld van Den Haag omstreeks 1900, het leven in de stad, de adellijke elites, het Lange Voorhout, waar Müller & Co. vanaf 1900 het hoofdkantoor vestigt. De auteur heeft daarvoor veel speurwerk verricht, in literatuur, archieven en musea in Nederland, Duitsland en België, waar hij soms verrassende vondsten heeft gedaan. Zo heeft Anton Kröller als jonge HBS-er in Rotterdam met twee klasgenoten een eigen krant opgericht als tegenhanger van de Nieuwe Rotterdamse Courant, die volgens de veertienjarigen te weinig aandacht besteedt aan de politiek-stedelijke ontwikkelingen in Rotterdam. Helene Kröller, in veel publicaties geroemd om haar kunstverzameling die al snel uitgroeit tot één van de grootste in Nederland, blijkt minder ideeënrijk en oorspronkelijk dan velen hebben geschreven. Is haar collectie eigenlijk niet de collectie van Bremmer? Heeft ze het idee voor een museumhuis en een collectie die voor de gemeenschap is bestemd, niet geleend van de Duitse verzamelaar Karl Ernst Osthaus uit Hagen? De komst van het echtpaar naar de Veluwe en de bouw van hun jachthuis ontmoet nogal wat bezwaren in de omgeving, de schrijver Den Doolaard is geen bewonderaar van de Kröllers. De dorpelingen vertellen smakelijke verhalen over de autoriteit en het bazige optreden van Helene. In kranten verschijnen protestbrieven van bewoners uit de buurt.

Socialistisch bolwerk op de Veluwe
Het middendeel van het boek is gewijd aan Berlage, die in dienst van Müller & Co. onder meer het Jachthuis Sint Hubertus heeft ontworpen. De Kröllers hebben hem een betrekking als huisarchitect van Müller & Co. aangeboden, vooral omdat Kröller uiterst verbolgen is wanneer hij hoort dat de architect – die dan al de Beurs en De Burcht van de diamantbewerkersbond op zijn oeuvrelijst heeft staan – niet is uitgenodigd voor de competitie voor het ontwerpen van het Rotterdams Stadhuis. In het boek gaat de auteur in op de visies en vaardigheden van de architect. Zijn socialisme is niet alleen een hinderpaal voor burgemeester Zimmerman van Rotterdam geweest om hem te vragen ook een ontwerp in te dienen voor het stadhuis, het mishaagt ook veel kunstenaars en collega-architecten dat Berlage voor het kapitaal gaat werken. Berlage maakt van het jachthuis een ‘socialistisch bolwerk', alle architecten en kunstenaars die aan dit Gesamtkunstwerk hebben meegewerkt, koesteren socialistische ideeën, met hun werk willen ze helpen een nieuwe maatschappij te realiseren. Het boek gaat ook uitvoerig in op het aandeel van kunstenaars als Mendes da Costa, Bart van der Leck, Lambertus Zijl, Chris Lebeau, Johan Altorf en Henry van de Velde, die na het vertrek van Berlage naar Den Haag de laatste hand heeft gelegd aan het jachthuis.

De jaren van malaise en misère
De laatste jaren van hun leven, vol malaise en misère, zijn voor Anton en Helene niet de prettigste geweest. Ze zien hun kunstverzameling en hun landgoed in andere handen overgaan, hun villa in Wassenaar wordt verkocht, daarna wonen ze tot hun dood – Helene overlijdt in 1939, Anton twee jaar later – in het jachthuis. De relatie met hun kinderen is sterk bekoeld. De opkomst van het nationaal-socialisme houdt hun gemoederen bezig, waardering voor de ideeën van de aanhangers kunnen Anton en Helene ondanks hun afkomst en zakelijke interesses niet opbrengen. Toch worden ze in hun familiekring keihard geconfronteerd met de nazi-ideologie.

Geen minnares, maar ‘moeder' In het boek is een belangrijke rol weggelegd voor Salomon van Deventer, die Helene Kröller op het hockeyveld heeft leren kennen en later in dienst treedt van Müller & Co., waar hij eindigt als directeur. Gewaagde veronderstellingen over een liefdesrelatie tussen Helene en de twintig jaar jongere Sam van Deventer verwijst de auteur naar het rijk der fabelen, het was eerder – zo valt uit brieven en gebeurtenissen af te leiden – een relatie als van een moeder met haar liefste zoon. Velen hopen dat in het nog niet geopende persoonlijk archief van Sam van Deventer een intieme brief zal worden gevonden, maar dat zal volgens de auteur niet gebeuren, de inhoud van dit archief – dat nu in bezit is van het Kröller-Müller Museum dat het na de inventarisatie openbaar zal maken – biedt weinig hoop. De Deutschfreundlichkeit van Sam van Deventer, gehuwd met een Duitse vrouw, wordt hem vaak verweten, de verdenkingen dat hij de nationaal-socialistische ideeën zou omarmen, zijn vaak geuit, maar onbewezen gebleven.

Geen collaboratie, maar accommodatie De auteur heeft diepgaand onderzoek gepleegd in het Nationaal Archief in Den Haag, het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en in tot nu toe onbekende archiefstukken die in het bezit zijn van een goede relatie van de familie Van Deventer. Hij schrijft hierover: ‘Zijn Nederlanders in de oorlogsjaren goed of fout geweest? Het lijkt eerder dat er continuüm is tussen beide uitersten. Veel Nederlanders hebben op de een of andere wijze met de Duitsers samengewerkt, ‘niet collaboratie, maar “accommodatie” is de dagelijkse praktijk geweest, heeft Hans Blom, de directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie ooit gezegd. De opstelling van velen is opportunistisch geweest, naïef ook, eigenbelang eerst. Het lijkt erop dat Sam van Deventer – in zijn functie als directeur van het Kröller-Müller Museum – ook tot deze categorie heeft behoord, alleen is eigenbelang niet zijn drijfveer geweest, eerder het algemeen belang. […] het park, het jachthuis en het museum, die moeten ongeschonden blijven, ‘tot nut en genot van de gemeenschap', zoals Anton Kröller en Helene Kröller-Müller het hebben gewild, Sam van Deventer heeft zich daarvoor ingezet.'

De tien delen van het boek Het boek is verdeeld in tien delen die totaal 106 korte hoofdstukken omvatten. Deel I Anton Kröller en Helene Müller Horst, Rotterdam, Den Haag
Deel II Anton Kröller Miljoenen en malaise
Deel III Helene Kröller-Müller Miljoenen en meesterwerken
Deel IV Helene Kröller-Müller Bouwkunst terrein voor zielsuitingen
Deel V Anton Kröller Miljoenen en macht
Deel VI Anton Kröller en Helene Müller Vrienden en vijanden op de Veluwe
Deel VII H.P. Berlage, bouwmeester Majesteitelijk museum
Deel VIII Berlage en kompanen Gesamtkunstwerk
Deel IX Helene Kröller De droom
Deel X Familie Kröller c.s Malaise en misère

De auteur
Drs. Wim H. Nijhof is publicist. Na zijn gymnasiumopleiding werkt hij tot 1972 als journalist voor diverse dagbladen, dan verruilt hij de journalistiek voor de overheidsvoorlichting. Na zijn studie politicologie en communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam treedt hij als communicatieadviseur in dienst van de Postbank. Tussen 1986 en 2000 is hij directeur van Nijhof & Partners Communicatie Adviseurs. De 21 ste eeuw begint hij als publicist. Nijhof heeft een aantal boeken gepubliceerd, vooral over de geschiedenis van Apeldoorn, met een bijzonder accent op de architectuur. De laatste jaren heeft hij als vrijwilliger-rondleider in het jachthuis Sint Hubertus een bijzondere band ontwikkeld met De Hoge Veluwe. Hier ontdekt hij de interesse bij de bezoekers voor de wederwaardigheden van de familie Kröller-Müller, hun gloriejaren maar ook de moeilijke jaren twintig en dertig en de oorlogsjaren. Het resultaat is dit boek, een documentaire met biografische schetsen uit het leven van een bijzondere familie.

 





deValkenberg.nl