De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

GJHeek

Hendrik Jan van Heek (1759-1809)

 

hjvanheek

Hendrik Jan van Heek (1814-1872) 

 

GJHeek

Gerrit Jan van Heek (1837-1915)

janentosca

Jan van Heek (1873-1957) met zijn hond Tosca op de trap van kasteel Huis Bergh in 1952.

Foto’s:
Archief Stichting Edwina van Heek

Vier voormannen van Van Heek & Co.
Omstreeks het midden van de negentiende eeuw veranderde de komst van de stoommachine veel in de Twentse textielindustrie. Maar niet iedere fabrikant was overtuigd van de noodzaak de machines voortaan met stoom aan te drijven. In de Enschedese katoenfabriek H.J. van Heek & Zonen kwam daardoor tweespalt. Eén firmant, Hein van Heek, wilde ‘in ’t klein alleen doen’, drie anderen gingen liever mee in de technologische ontwikkelingen. Op Oudejaarsdag 1858 werd het bedrijf ontbonden en een nieuwe onderneming ging van start: Van Heek & Co. Dat is anderhalve eeuw geleden. In 1910 was het bedrijf de grootste industriële onderneming van Nederland en had daarna tot de ondergang van de textielindustrie in de jaren zestig van de vorige eeuw een leidende positie in Twente. Vier voormannen van de textieldynastie Van Heek speelden daarin een hoofdrol: Hendrik Jan van Heek (1759-1809), Hendrik Jan van Heek (1814-1872), Gerrit Jan van Heek (1837-1915) en Jan Herman van Heek (1873-1957).

1. Hendrik Jan de ‘reider’
Het verhaal over anderhalve eeuw Van Heek & Co. begint in Delden, waar in het huis Den Kolk aan de Goorseweg Hendrik Jan van Heek woonde. Toen hij negentien was, in 1778, trouwde hij met Engelbertha Lasonder, erfdochter want enig kind van Jan Berent Lasonder, een vermogende Enschedese linnenhandelaar. Hendrik Jan wist dat de textielnijverheid in Enschede en omgeving beter draaide dan in de rest van Twente, nadat in 1728 tien ondernemers vergunning kregen bombazijn te mogen maken, zware doeksoorten van linnen en katoen die uitermate geschikt was voor werkkleding.
Hij besloot met zijn jonge bruid naar Enschede te verhuizen. Hij werd een ‘reider’ die van de boeren in de omgeving hun gesponnen en geweven garens kocht die hij daarna bleekte, verfde, kalanderde en verhandelde. Zijn succes had Hendrik Jan niet alleen te danken aan zijn enthousiasme en handelaartalent, hij profiteerde ook van de aflossing van de wacht aan de top van de textielnijverheid. In de achttiende eeuw hadden doopsgezinde families de linnenhandel beheerst, maar ze stierven aan het einde van de eeuw grotendeels in de mannelijke lijn uit of kozen andere beroepen. Er kwamen uitgelezen kansen voor nieuwkomers als Hendrik Jan, die de grondslag legde voor een teen textielimperium die nog lang zijn stempel zou drukken op Enschede.
Na het overlijden van Hendrik Jan in 1809 zetten zijn zoons Gerrit Jan (1780-1851) en Helmich (1785-1847) de zaken voort als de firma H.J. van Heek & Zonen. De onderneming bleef gevestigd in het huis van Hendrik Jan aan de Markt 21; later werd het bedrijf overgebracht naar het Van Heekshuis, dat Helmich in 1818 had gekocht. Aan de voorkant van het huis waren de kantoren, het pakhuis stond in de tuin. Tot in de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers het huis vorderden, woonden in het Van Heekhuis nakomelingen van Helmich.
Helmich en Gerrit Jan waren bekwame entrepreneurs en mede door de gunstige sociaal-economische omstandigheden bouwden ze een bloeiend bedrijf op.
Voor de Twentse textiel werd 1858 een topjaar. H.J. van Heek & Zonen maakte een rendement van 12 procent op het eigen vermogen. Maar de verschillen van mening binnen de familie waren oorzaak dat het bedrijf aan het eind van het jaar uiteenviel. Drie zoons van Helmich: Hendrik Jan (1814-1872), Herman (1816-1882) en Gerrit Jan, die zo’n twintig jaar jonger was dan zijn twee broers, begonnen aan een groot avontuur: Van Heek & Co.

2. Hendrik Jan, man met sterke geest
Hendrik Jan van Heek, de oudste van de drie firmanten, leidde Van Heek & Co. naar een periode van bloei. Hij had een broze gezondheid, hij leed aan astma. Maar in dat zwakke lichaam woonde een sterke geest. Hij had een onverzettelijke wilskracht en een helder verstand. Wie een gesprek met hem voerde, merkte direct te doen te hebben met een man die zijn tijd ver vooruit was. Hij onderkende de gevolgen van staatkundige gebeurtenissen op de wereldmarkt, wist van het mislukken of slagen van oogsten en zag waarom de prijzen van zijn producten stegen of daalden.
Hendrik Jan verleende de onderneming niet alleen een belangrijke economische positie, zijn maatschappelijke activiteiten kwamen het bedrijf ook ten goede. Hij was een overtuigd liberaal, leefde mee met de nationale politieke ontwikkelingen en bekleedde diverse bestuurlijke functies, onder meer in de Kamer van Koophandel. Zijn vriendschap met de liberale staatsman Thorbecke gaf hem aanzien in Enschede en geheel Twente. In het voorjaar van 1866 logeerde Thorbecke een maand in het Van Heekhuis om bij te komen van Haagse politieke verwikkelingen. De familie bewonderde de liberaal om zijn ideeën: ‘een vooruitstrevend en begaafd man, met practische ideeën’, een volbloed vrijhandelaar die tegen al te veel staatsbemoeienis was en veel aan het particuliere initiatief wilde overlaten. Hij was volgens de Van Heeks ‘de voorloper en wegwijzer’ van de industrialisering in ons land.
Niet alleen voor zijn bedrijf en voor zijn politieke bezigheden leefde Hendrik Jan, vooral was hij de patriarchale ondernemer met een open oog voor de belangen en behoeften van zijn werknemers. Hij schonk de gemeente in 1874 het Volkspark, waar vermoeide arbeiders zich konden ontspannen en een biertje drinken op het terras. Ze hoefden niet naar de kroeg of thuis de jeneverfles leeg te drinken. Het was Hendrik Jan’s bijdrage aan het bestrijden van het drankmisbruik in die jaren. Of het park een oord van ontspanning werd waar rijk en arm elkaar troffen, was bij de standverschillen aan het einde van de negentiende eeuw nauwelijks voorstelbaar. Bovendien, riepen de arbeiders, dat ze liever meer in hun loonzakje kregen en dat ze – bij de lange werkdagen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en ook op zaterdag – geen tijd hadden om uit te rusten in het Volkspark.

3. Gerrit Jan, de technische man
Gerrit Jan was de technische man. Zijn kennis had hij verworven tijdens studiereizen naar Lancashire, de Engelse textielregio, zoals Twente in Nederland. Hij was het najaar van 1857 buitengewoon enthousiast geraakt over de technische innovaties in de machineparken van de fabrieken. ‘Wat machinerie betreft, zijn de Engelschen ons verreweg de baas. Alles wat met machines en stoom gedreven kan worden, wordt ook gedaan, zoo wordt het ijzer geschaafd, geboord etc. met machines. De industrie der Engelschen is grootsch en men kan er de energie der Engelsche natie uit zien’, schreef hij aan zijn broers. De inkt van de oprichtingsakte was nauwelijks opgedroogd, toen de drie Van Heeks begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek aan de Noorderhagen, waar een half jaar later de eerste stoommachine werd geplaatst. De weverij telde vier verdiepingen; in een weefzaal van 55 x 50 meter was plaats voor tweehonderd machinale getouwen.
Ook Gerrit Jan probeerde een zorgzame werkgever te zijn voor zijn personeel. Maar toen hij en enige collega’s in 1867 een zieken- en begrafenisfonds voor de arbeiders wilden oprichten, kwamen deze in opstand. De leden moesten wekelijks een kleine contributie betalen voor het fonds, dat hen vrijwaarde van loonderving bij ziekte en ongeval. Maar de premie betekende loonsverlaging, vonden de arbeiders, die zich ook in hun eer aangetast voelden, want ze konden zichzelf wel redden wanneer ze ziek waren. De patriarchale zorg van Van Heek werd niet klakkeloos geaccepteerd. Wat ze wel waardeerden was dat hij in 1892 het Van Heekbad liet bouwen, de eerste overdekte bad- en zweminrichting in Nederland. Op vaste dagen mochten arbeiders er gratis zwemmen en douchen.
Onder leiding van Gerrit Jan van Heek beleefde Van Heek & Co. een uitbundige bloei. In Twente waren omstreeks 1900 enkele bedrijven met meer dan duizend werknemers.Van Heek & Co. was met 2.639 arbeiders in 1910 de grootste industriële onderneming van Nederland. In de jaren tussen 1895 en 1915 had de onderneming vooral het terrein tussen de Noorderhagen en de Parallelweg volgebouwd met op en naast elkaar gebouwde fabrieken, loodsen en gebouwtjes in de meest verschillende stijlen en typen.

4. Jan, invloedrijk ondernemer
Nadat Gerrit Jan in 1915 was overleden, kende de firma niet langer een op de voorgrond tredende directeur, zoals Van Schelven stelt, en trad er een collegiaal bestuur aan, waarin de traditie een overheersende, doch verstarrende invloed kreeg. In de jaren dertig volgde Jan Herman van Heek, eerste firmant van Rigtersbleek, zijn vader Gerrit Jan op als de meest invloedrijke ondernemer in de Twentse textiel. Hij bleek een vasthoudende pleitbezorger voor de belangen van de katoenindustrie, waarbij zijn goede contacten in Haagse kringen en zijn uitgebreide netwerk van topondernemers in Nederland hem uitstekend van pas kwamen. Zo bereikten de Twentse werkgevers in de jaren dertig dat Nederlands-Indië, hun voornaamste afzetmarkt, de invoer van katoentjes regelde door contingentering waarbij Twente niet werd vergeten. En mede onder druk van Jan van Heek en andere bekende Nederlandse ondernemers besloot de regering uiteindelijk de gulden te devalueren, waardoor de fabrikanten de concurrentie weer aankonden, omdat hun producten goedkoper werden.
De slechte resultaten in de crisisjaren leidden tot ingrijpende veranderingen in de organisatiestructuur van diverse textielbedrijven. Op 1 januari 1935 werd Van Heek & Co. omgezet in een naamloze vennootschap. Misschien wel de belangrijkste overweging hiervoor vormden de verliezen in de eerste helft van de jaren dertig, die volledig werden verhaald op het eigen vermogen van de firmanten. Jan van Heek begeleidde de ombouw van Van Heek & Co. Hij wilde op hun verzoek de firmanten adviseren op grond van oude vriendschappelijke betrekkingen met de firma Van Heek & Co., immers het moederbedrijf van Rigtersbleek. Volgens Jan maakten de zware verliezen van de laatste jaren – na het overlijden van de firmanten Ludwig van Heek en Herman van Heek (1876-1930) – die grotendeels drukten op de jongere, nog weinig vermogende firmanten, deze structuurwijziging noodzakelijk. Vanaf 1 januari 1935 was Jan niet alleen gedelegeerd commissaris van Rigtersbleek en commissaris van de Boekelosche Stoombleekerij – ook een Van Heekbedrijf – maar tevens president-commissaris van Van Heek & Co. De komende twintig jaar zou Jan van Heek krachtig meeschrijven aan de noodlottig geëindigde geschiedenis van de textiel in de regio.





deValkenberg.nl