De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

het kleine loo

Het Kleine Loo


Foto: Wim H. Nijhof

 

4. Hij bouwde Het Kleine Loo en Apeldoorns Kanaal
In 1819 werd Hendrik Jan Lijsen (1765-1838) benoemd tot ‘opziener der koninklijke paleizen in de noordelijke provinciën’. Zijn loon bedroeg duizend gulden per jaar, zijn reiskosten werden vergoed met anderhalve gulden per uur en eenzelfde bedrag mocht hij per dag uitgeven aan verblijfskosten. Hij vestigde zich een jaar later met zijn gezin op Het Loo.

Lijsen mocht het ontwerp maken voor Het Kleine Loo, met een koetshuis, dat in 1829/1830 gebouwd werd naast De Naald, aan het begin van de Paleislaan. De villa was bestemd voor de kamerheer die namens de koning of de koningin was belast met het toezicht op het paleis. De eerste bewoner was intendant Jan Dirk graaf van Rechteren, de laatste mejuffrouw J.H.M.A. van Pabst-Doude van Troostwijk die het huis in 1971 verliet. Het is nu de dienstwoning van de directeur van Paleis Het Loo Nationaal Museum.

Begin negentiende eeuw ontstonden ideeën over een nieuwe waterweg van Apeldoorn naar Hattem. Moest de Grift gekanaliseerd worden of kon er langs de Grift een nieuw kanaal worden gegraven? Omstreeks 1820 kwam er een uitgewerkt plan op tafel: een nieuw kanaal aan de oostkant van de Grift. Maar de voorkeur van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Waterstaat ging uit naar het bevaarbaar maken van de Grift. Maar wie zou dat betalen, het ministerie of de provincie Gelderland?

Koning Willem I was het getouwtrek beu en zorgde voor het geld. Hendrik Jan Lijsen had hem inmiddels duidelijk gemaakt dat kanalisatie van de Grift onmogelijk was en dat er een nieuw kanaal moest worden gegraven. De koning twijfelde, naar de anekdote luidt: ‘Maar Lijsen, als je d’r nou geen water voldoende in krijgt?’ Lijsen: ‘Sire, dan p.s ik het vol.’ Voor de watertoevoer werden extra sprengen gegraven en Lijsen kocht de Kayersspreng op, die via de Kanaalbeek water aanvoerde. Het andere probleem waarvoor Lijsen was gesteld: een verval van ruim twaalf meter overwinnen, loste hij op met vijf sluizen die het verval opvingen. Maar desondanks bleef het een kanaal met beperkingen, alleen middelkleine schuiten van ten hoogste vijftig ton – bok, praam, snik, kraak, poon en de kleine Friese tjalk – konden er varen.

Bij het graven van het kanaal gingen de grondwerkers op 14 mei 1825 in staking. Ze wilden meer verdienen. Lijsen beklaagde zich bij de schout in Apeldoorn. De mannen waren ‘weerspannig en oproerig’ en ze hadden ‘tot agter het dorp Vaasen, de meenigte onder heevige bedreigingen gepersuadeerd om het te volgen’. De groep, zo’n tweehonderd man, trok naar het huis van Lijsen op Het Loo, om hem te dreigen en uit te dagen, maar keerden teleurgesteld terug, omdat Lijsen, zijn vrouw en hun twaalf kinderen niet thuis waren. De volgende dag maakte de schutterij een einde aan de onlusten. Onderhandelingen leverden de grondwerkers niets op. Wie het er niet mee eens was, kon vertrekken.

Op 1 april 1829 maakte koning Willem I een proefvaart over het kanaal. Als eerste passeerde hij de vijf sluizen en 27 bruggen van de 32 km lange waterweg. Op 13 april was de feestelijke opening.





deValkenberg.nl