De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

 

vensters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nooit gebouwd museumhuis en een kloostermuseum aan de singel

Gerrit Jan van Heek jr. (1880-1958), textielfabrikant, vennoot van de Enschedese textielfabriek Rigtersbleek, verzamelde zoals zovele welgestelden, kunst. Hij had eind jaren tien van de vorige eeuw, kort na zijn huwelijk met de Rijssense fabrikantendochter Jacoba ter Horst, zijn eerste aankopen gedaan, voornamelijk dierschilderijen, een onverwacht samengaan van zijn liefde voor het buitenleven en de jacht. Kunstkenners waarderen zijn verzameling als ?uniek?, als ?ongeŽvenaard? zelfs in deze vrij onbekende tak van schilderkunst.

Zijn kooplust tijdens reizen naar Scandinavische landen en ontmoetingen met kunstenaars resulteerden in een omvangrijke collectie, kleinere stukken, maar ook veel grote doeken van soms bijna anderhalve meter breedte. De werken hingen thuis, in de stadsvilla van de Van Heeks, aan de Hengelosestraat 50, naast het gemeentehuis van Lonneker, ze bedekten vele wanden. Maar langzaam groeide het idee om een nieuw huis te bouwen, een museumhuis, met volop ruimte voor de uitdijende kunstverzameling, en waar de familie uiteraard ook riant kon wonen. Op het verlanglijstje stonden een ruime woonkamer, een jachtkamer waar Gerrit Jan zich kon terugtrekken om zijn jachtverhalen te schrijven tussen wanden vol trofeeŽn, en voldoende ruimte voor slaapkamers voor ieder.

Gerrit Jan oriŽnteerde zich alom, las boeken en artikelen over kunst, architectuur en musea. GeÔmponeerd was hij door de interessante lezing, die de Amsterdamse stadsarchitect Adriaan Willem Weissman, ontwerper van het in 1895 geopende Stedelijk Museum in Amsterdam, in 1907 in Londen had gehouden. Een architect ontwierp niet alleen het exterieur en interieur, die ?een goeden indruk? moesten maken, aldus Weissman, ook moest hij worden ingeschakeld bij de keuze van de plaats waar het museumhuis kon verrijzen, een plek die veiligheid garandeerde en het gebouw licht gaf aan alle kanten. Daarom had Weissman bij het door hem ontworpen Stedelijk Museum in de hoofdstad een ruim plein vůůr de gevel ingericht.

Het terrein dat Gerrit Jan op het oog had, lag aan de Boddenkampsingel en voldeed aan de voorwaarden die Weissman had geformuleerd. Het bood ruimte aan alle kanten en was dus uitermate geschikt voor het museum dat hem en Jacoba voor ogen stond. Daar was ook plaats voor zo?n ruim plein als bij het Amsterdamse museum. Van Heek koos als architect Karel Muller uit Hengelo, een goede vijftiger inmiddels, want geboren in 1857. In Twente had hij naam gemaakt met zijn ontwerpen voor villa?s van vermogende textielfabrikanten. Nationale bekendheid hd verworven door zijn ontwerp voor het Tuindorp Het Lansink in Hengelo. Muller ontwierp omstreeks 1920 het huis voor de familie Van Heek als een museum, tot in de kleinste details. Er zijn zelfs tekeningen bewaard gebleven van zijn ontwerp voor de haakjes waaraan de schilderijen zouden kunnen worden opgehangen.

Maar op een goede dag hoorde Gerrit Jan, in de wolken met de ideeŽn en vondsten van Karel Muller, dat zijn zeventien jaar oudere halfbroer, Bernard, getrouwd met de Amerikaanse Edwina Burr Ewing, al een tijdje van plan was een museum te stichten, voor zijn eigen collectie schilderijen van Hollandse meesters uit de zeventiende en achttiende eeuw, en met een ruim onderkomen voor de verzameling van de Oudheidkamer Twente. Hij had lucht gekregen van het advies van de Rijkscommissie voor het Museumwezen, die in de zomer van 1921 een rapport zou uitbrengen over Nederlandse musea in de toekomst. Twente, ?een streek van zuivere fabriekstechniek?, zou het beste zijn gediend met ?een eenvoudig ingericht, maar onmiddellijk aansprekend kunstmuseum?, dat ?instructief werkend door het stellen van contrasten .... den werkman uit zijn sleur [kan] halen, tot nadenken aansporen en zijne oogen openen?. Kort na het verschijnen van dit rapport zond Bernard van Heek het ministerie het voorstel om zijn kunstverzameling onder te brengen in een door het Rijk te exploiteren museum in Enschede, het Rijksmuseum Twenthe.

Gerrit en Jacoba, vertoornd wellicht maar de familieverhoudingen respecterend, lieten hun idee voor hun museumhuis varen en verzochten Karel Muller hun gezamenlijke ideeŽn aan te passen. De architect ontwierp nu een statig, rechthoekig herenhuis, een riante stadsvilla, waar Gerrit Jan wel een jachtkamer kon inrichten, waar de woonkamer ruim en licht was, de kinderen ieder een eigen kamer kregen en aan de wanden ruimte was voor kunstwerken uit Gerrit Jan?s verzameling, museumallures ontbraken uiteraard. Het huis werd De WigWam genoemd. Binnen de familie gaat het verhaal dat Gerrit Jan en Jacoba deze naam kozen vanuit hun belangstelling en bewondering voor de cultuur van de Indianen.

Architecten van kloostermuseum

Dat de architecten Karel Muller en zijn kompaan Anton Beudt in 1928 na langdurige overwegingen de opdracht kregen het Rijksmuseum Twenthe te ontwerpen, dankten ze ook aan Gerrit Jan van Heek. Het was op 19 januari 1927, een koude winterdag, toen de commissie van familieleden van Bernard van Heek bijeen was en zich boog over de vraag wie een ontwerp mocht maken voor het te bouwen Rijksmuseum Twenthe. Bernard was op 31 januari 1923 onverwacht overleden, zijn echtgenote Edwina realiseerde Bernards droom, een museum voor zijn schilderijen, waarvoor een mooie plek was gevonden aan de Lasondersingel, schuin tegenover de Lasonderkerk, die dat jaar zou worden ingewijd. In die bijeenkomst buitelden vele namen over tafel, van toparchitecten en minder bekende ontwerpers.

Op een gegeven moment was Gerrit Jan het beu. Hij had zijn mond gehouden, geluisterd, hij was in zulke zaken niet een haantje-de-voorste, bescheiden leunde hij achterover. Tot hij er genoeg van had: ?Waarom vragen we Karel Muller niet?? Hij had veel bewondering gekregen voor Muller, toen hij De Wigwam bouwde, het was een vakman, en bovendien ..... waarom moest er zo nodig een architect uit andere streken, met name uit het westen, worden aangetrokken? De vergadering was even stil, sommigen keken verbaasd, anderen knikten. Gerrit Jan was uitermate tevreden over wat Muller aan de Boddenkampsingel had gepresteerd. De architect was wel op leeftijd, hij was zeventig jaar, maar zijn originaliteit, creativiteit en artisticiteit hoefde niemand in twijfel te trekken.

Uiteindelijk was ieder het eens en op 13 juni 1927 viel de beslissing: Karel Muller en zijn jongere kompaan Anton Beudt mochten het museum ontwerpen. De leden van de commissie kozen unaniem voor hun originele idee, bouwen rondom een binnenplaats, in de geest van een hofje of beter nog, een middeleeuws klooster. Hier was het mogelijk, volgens Gerrrit Jans oudere broer Jan Herman van Heek ....

... een oogenblik de verbinding met de buitenwereld te verbreken en zich opgenomen te voelen in een interieur, sprekende van andere tijden, van andere levenswijzen, van andere idealen.

De architecten moesten nog wel enkele wijzigingen in hun voorontwerp aanbrengen: de omzettingen van de vleugels, een nieuw idee voor de ingangspartij, de gevelverdeling moest nader worden bekeken, en als er minder kabinetten kwamen, zou er meer ruimte zijn voor de zalen. Het Rijksmuseum Twenthe kon in de zomer van 1930 aan het Rijk worden overgedragen. In enkele kabinetten en zalen was ruimte voor een groot aantal dier- en natuurschilderijen uit de collectie van Gerrit Jan van Heek.....

 





deValkenberg.nl