De Valkenberg
Valkenberglaan 35B
7313 BL Apeldoorn
Telefoon 055 - 3552201
Mobiel 06 - 53409048
info@devalkenberg.nl
Dit is het digitale verhalenboek van
dr Wim H. Nijhof, historicus en publicist. U vindt hier informatie over zijn boeken en over artikelen die zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften en dagbladen. Aandachtsvelden zijn de historie van Apeldoorn, van het Nationale Park De Hoge Veluwe en van de textielindustrie in Twente. Een onderwerp van voortdurende studie is de sociale strijd in de textielstad Enschede, zijn geboorteplaats.

Wim Nijhof

De Valkenberg is een heuvel aan de westkant van Apeldoorn, niet ver van Paleis Het Loo. Hier konden vroeger de koninklijke valkeniers de reigers van verre zien aankomen, de vogels waren een prooi voor de jachtvalken.
Wim H. Nijhof woont aan de Valkenberglaan in Apeldoorn. De Valkenberg is de naam waaronder hij zijn publicitaire activiteiten uitvoert.

De Valkenberg
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woest Molenven
natuurpionier in Overijssel.

Drie gebroeders Van Heek,spinnerij en weverij Rigtersbleek in Enschede, Jan Herman, Gerrit Jan en Arnold, kochten in 1921 het meer dan veertig hectare grote Molenven in Saasveld. Twee jaar later schonken ze het ven aan het museum Natura Docet. Het was het eerste natuurmonument van Overijssel. In 1935, bij de oprichting van Het Overijssels Landschap had Gerrit Jan een passend geschenk voor de oprichters en bestuursleden, de Friezenberg bij Markelo. Later was Gerrit Jan vele jaren voorzitter van het schap.

Het Molenven in Saasveld was misschien wel het mooiste stukje Twenthe, toen de Rotterdamse dominee Jacobus Craandijk in 1876 door de streek wandelde. In het tweede deel van zijn serie Wandelingen door Nederland met pen en potlood bezong hij de schoonheid van Twente, de natuur, de dorpen en steden. Over het Twentse dorp Saasveld, niet ver van Weerselo was hij lyrisch:

Dit woeste maar een houten molen zich zo scherp aftekent tegen de heldere avondlucht, terwijl de dalende zon de bruine heide met de diepe, zich kruisende zandsporen purper kleurt, terwijl het gloeiende rood van den hemel weerspiegelt in den onbewegelijken plas, en ver op de achtergrond de hooge bosschen van Saasveld zich reeds in de grijze nevelen hullen.

In de loop der jaren werd het Molenven een soort van natuur-oase te midden van in cultuur gebrachte grond, geen wonder dat schilders en schrijvers rondom de vorige eeuwwisseling inspiratie vonden in de fraaie natuur van Twente. Piet Mondriaan schilderde in het begin van de twintigste eeuw het Molenven en ook de molen van Saasveld. Het Molenven werd historische grond, want hier begon in feite de natuurbescherming in Overijssel, met dank aan drie broers Van Heek uit Enschede, vermogende textielfabrikanten, hartstochtelijke natuurliefhebbers.

Zij besloten dit stuk ongerepte natuur [...] ongeschonden te bewaren om bij de grote veranderingen die er in deze tijd in het Twentsche landschap plaatsgrijpen, ook in de toekomst te blijven getuigen van toestanden voorheen in Twenthe, en van vrije natuur in dit deel van het land.

Het natuurgebied Het Molenven bestaat uit heide, bos, riet, veen, en waterplassen, is 42 hectare groot, heeft een lengte van 1.200 meter en een maximale breedte van 600 meter.

Winst voor behoud natuurmonumenten

Het was de Van Heeks, het leidende trio van de spinnerij en weverij Rigtersbleek in Enschede, in de jaren tien van de twintigste eeuw voor de wind gegaan. Vooral na de Eerste Wereldoorlog behaalden ze forse winsten, soms meer dan twee miljoen gulden in een jaar. Samen besloten ze deze winsten voor een deel te bestemmen voor het behoud van natuurmonumenten. Samen kochten ze daarom op 12 juli 1921 het Molenven. Twee jaar later schonken de gebroeders het Molenven, het eerste natuurmonument in Overijssel, aan de vereniging Natura Docet. Het Molenven was het eerste natuurmonument van Overijssel.

De gebroeders Van Heek hadden bij de overdracht wel bepaald dat het reservaat steeds zoveel mogelijk in den tegenwoordigen toestand in stand moet worden gehouden en in ongerepte staat voor het nageslacht blijft liggen om het te bewaren als natuurmonument; en om bij de grote veranderingen die er in dezen tijd in het Twentse landschap plaats grijpen, ook in de toekomst te blijven getuigen van toestanden voorheen in Twente en van vrije natuur in dit deel van het land.

Men ging er in die tijd, bijna honderd jaar geleden, vanuit dat de mens niet moest ingrijpen in de natuur, dat de natuur het zelf het beste wist en geacht werd zichzelf te redden. Maar alle goede bedoelingen ten spijt groeide het Molenven dicht met moerasvegetaties en natte en droge bossen ten koste van onder meer de natte en droge heide. Vele jaren later bleek dat het Molenven zich in de loop der jaren had ontwikkeld van een ven met natte heide en gagelstruwelen tot een open landschap, naar een ven dat werd omzoomd door wilde gagel en wilg, en bossen met ruwe en zachte berk, zomereik en grove den op de hogere, droge delen, aldus kenners. Had vroeger schilder Piet Mondriaan nog vanuit alle windrichtingen een mooi overzicht over het reservaat, tegenwoordig is er alleen nog enig uitzicht over het ven vanaf de westkant van het gebied. Morshuis besloot zijn artikel in het Jaarboek Twente 2011 met dit beeld:

Een ven, liggende in de hoge heide en grotendeels omsloten door een dennensingel, bedoeld als getuigenis van het Twentse landschap uit de jaren twintig van de vorige eeuw, heeft een metamorfose ondergaan en is nu één van de koplopers in de natuurlijke ontwikkeling van het boslandschap in Nederland.

In honderd jaar was het karakter van het Molenven sterk veranderd.

Wandeling naar een schenking

Op 15 juli 1933 werd in Zwolle Het Overijssels Landschap opgericht.

Voorzitter werd de burgemeester van Zwolle, mr.dr. I.A. van Roijen. Gerrit Jan van Heek, natuurliefhebber, jager, textielfabrikant in Enschede, kreeg een bestuurszetel. Tien jaar later, in 1943, werd hij gekozen tot voorzitter, tien jaar zou hij het schap leiden.

De eerste jaarvergadering van Het Overijssels Landschap werd gehouden op 25 mei 1935, in het theehuis op de Markelose Berg, centraal in de provincie. Voorzitter Van Roijen spoorde de aanwezigen aan propaganda te maken voor de vereniging, want er moest meer geld in kas komen, geld dat zeker nodig zou zijn wanneer de gelegenheid zich voordeed landgoederen aan te kopen. Bij de rondvraag vroeg Gerrit Jan van Heek het woord. Hij vertelde dat de voorzitter hem had verzocht ?een plan voor een wandeling? te maken en hij stelde voor te wandelen over de Friezenberg, ?liggende tussen Markelo en Rijssen, op 55-60 meter boven den zeespiegel en van welks top men een mooi uitzicht heeft over heuvelen en lager gelegen landen?, aldus het dagblad Tubantia. En hij verbond hieraan de mededeling, dat het hem mogelijk was geweest de top van de Friezenberg voor Het Overijssels Landschap aan te kopen, wat hem weliswaar ?onder de tegenwoordige omstandigheden niet goed convenieerde? ? de economische crisis trof ook de textielindustrie ? maar hij had de knoop doorgehakt, omdat ?hij graag zou zien, dat Het Overijssels Landschap kon bogen op haar eerste vaste bezit?.

Op 16 november 1934 had Van Heek voor vierduizend gulden, ?een perceel heide met eenige dennen, gelegen in den kruin van den Friezenberg te Elsen in de gemeente Markelo?, gekocht, zoals we lezen in de notariële akte die notaris H.M. Teesselink in Markelo opmaakte. Er golden voor de Friezenberg, toen bijna vijf hectare groot, enkele zogenoemde ?bedingen?: dat het verkochte in zijn tegenwoordigen staat, als heidegrond met een groepje dennen op den top van den heuvel, als onaantastbaar natuurreservaat moet blijven liggen, zoodat het perceel niet in cultuur mag worden gebracht, noch daarop een herstellingsoord, een hotel, een restaurant, een villa, een kampeerhuis, een tentenkamp of welk ander gebouw voor tijdelijk of permanent verblijf mag worden gesticht, noch voetpaden of autowegen over het perceel mogen worden aangelegd, noch iets mag worden geduld of verricht, dat den tegenwoordigen aard van het verkochte zou veranderen.

Waarom Gerrit Jan de Friezenberg had gekocht? Het was niet gemakkelijk geweest, vooral omdat het met zijn fabriek Rigtersbleek medio jaren dertig minder goed ging, de omzetten daalden, de economische crisis trof ook zijn onderneming. Maar hij vergat even zijn zakelijke zorgen, vooral omdat ?hij bevreesd was, dat een ander er de hand op zou leggen?. Hij liet dat in een brief van 22 februari 1935 weten aan jhr. mr. L. van Nispen tot Sevenaer, burgemeester van Delden, secretaris van Het Overijssels Landschap. Een journalist van Tubantia maakte de wandeling mee:

Van den kruin van den Friezenberg bij een groep dennen heeft men een prachtigen rondblik; spr. meende niet te veel te zeggen door te beweren, dat deze grond een der mooiste plekjes van onze provincie is. Naar ?t Oosten ziet men op de heuvelen, genoemd de Apenbelten, ten Noorden het Hollandsch Schwarzwald met de schoorsteenpijpen van Rijssen in het verschiet, in het Noordoosten de Holter- en Lemelerberg en naar het westen de lager gelegen landen.

Het perceel moest worden beschouwd, vond Van Heek, als een natuurreservaat en daarom had hij enige beperkende bepalingen laten vastleggen in de koopakte. De verslaggever verwoordde het zo:

Volgens de koopakte zal het stukje natuur op den Friezenberg onaangetast moeten blijven liggen. De top met zijn groepje mooie dennen, die van verre gezien een grote parapluie vormen, blijft dus ten eeuwigen dage in den huidigen staat bestaan. Er zal bovendien niet gebouwd, noch gekampeerd mogen worden, noch paden aangebracht.

Gerrit Jan bewaarde zijn ?nieuwtje? over het cadeau voor Het Overijssels Landschap tot de rondvraag tijdens de eerste jaarvergadering van Het Overijssels Landschap op 25 mei 1935.

vensters

Het Molenven bij Saasveld anno 2017, op een zonnige voorjaarsdag, nog steeds onvergelijkbaar mooi. Foto: Wim H. Nijhof.

 





deValkenberg.nl